912 Ken K – 't Scheldt

912 Ken K

RUDY AERNOUDTS

Het leek een rijzende ster aan het firmament van de federale politiek. Het bleek snel niets meer dan een vallende ster te zijn: Rudy Aernoudt, docent economie in alle delen van het land en filosoof naar eigen zeggen. De man die als Vlaming uitpakte met een nieuwe Franstalige partij, LiDé (Libéral et Démocrate), maar zijn geesteskind sneller naar de bliksem hielp dan hij het het levenslicht had doen zien.
Om dat allemaal van zich af te schrijven en om de lezer uit te leggen dat het allemaal aan de anderen ligt dat de boel in het honderd is gelopen schreef hij een boek. Dat is een beproefd procédé, vooral onder politiekers. Maar Aernoudt maakte er wel iets bijzonders van door Roularta Books te kiezen om zijn La politique, ça trompe énormément uit te geven.
Voor alle duidelijkheid gaf hij zijn schrijfsel de ondertitel Descente aux enfers politiques mee. Hij beschrijft er zijn programma, dat anti-alles lijkt te zijn, behalve dat het de Belgische structuur een nieuwe kans wil geven en zich daarbij eerder rechts van rechts situeert. Noch het ene noch het andere hoeft een taboe te zijn. Alleen, het is er nooit van gekomen en het zal er nooit van komen. En dat is de schuld van… de gevestigde particratieën, de meeheulende media en – niet te vergeten – zijn eigen medestanders die hij toch zelf aan boord had gehesen. Rechts van rechts, geen probleem; extreem-rechts, uitgesloten, aldus Aernoudts redenering. Hij geeft toe dat hij daar fouten heeft begaan en misschien toch meer intellectueel is dan politicus. Dat valt echter nog te bezien. Daarvoor zijn er op het eerste gezicht te veel gemeenplaatsen in zijn boek, dat nogal pamfletterig aandoet. En welke academicus verwijst er nu zo slordig naar een boek, waarvan de titel zelfs niet klopt?
Toch heeft de auteur het over Hoffmans tales (1998) (zie noot 18 op p. 37), terwijl de juiste titel Tales of Hoffmann is en het boek al in de jaren tachtig op de markt was. De auteur zal me de woordspeling wel vergeven: d’où lui est venu l’idée? Voor de koppige lezer wordt het m.i. een zoektocht naar de weinige originele visies midden een overvloed aan idées reçues.R. Aernoudt * La politique, ça trompe énormément * Uitg. Roularta Books * 271 p * 19,90 euro * ISBN 978 90 8679 252 8.
Observator
***
RIVALITEIT ZONDER EINDE
Rivaliteit zonder einde‘ gaat over de broers Karel (1921) en Gerard (1923) van het Reve. De twee hadden veel gemeen: ze kwamen uit hetzelfde wonderlijke en eigenlijk ook onevenwichtige gezin. Toen Karel het huis uitging en trouwde bleef Gerard alleen achter met zijn vader en moeder. Dat leverde het boek ‘De avonden‘ op, dat een absolute bestseller werd. Het boek was van Gerard en ook al vond Karel het zakelijk juist en literair geslaagd, inhoudelijk zag hij zo ongeveer alles wat erin geschreven staat, anders dan zijn broer. En die tegenstelling zou levenslang zo blijven. In ‘Rivaliteit zonder einde‘ probeert de in 1943 geboren Bernard Prakke, een theoloog, professioneel werkzaam in een protestantse kerk, een antwoord te vinden op de vraag hoe dit kon? Hadden zij (Gerard en Karel) het dan niet over hetzelfde? Bijvoorbeeld het Vossium Gymnasium, of de ‘gezellige‘ communistische jeugdkampen van de Vrolijke Brigade? Of de geschiede-nisleraar Jacques Presser? Je kunt het zo gek niet bedenken, of zij schreven erover, zij het allebei op een totaal andere wijze.
Waarom deden ze dat? En hoe houd je zoiets een leven lang vol? Wat is eigenlijk de reden dat bij ieder onderwerp de these alleen maar een antithese krijgt en geen begrip? Of moeten we de antithese zien als een vorm van begrip?
Het verhaal dat Prakke brengt vormt een fascinerende geschiedenis, niet alleen, over beide broers, maar ook over de (on)zin van het leven en de (on)zin van een kunstmatig opgeschroefd debat. Eén ding is echter van het begin duidelijk: de tegenstelling tussen de broers was geen spelletje, maar bittere werkelijkheid.
Bernard Prakke * Rivaliteit zonder einde * Uitg. Aspekt * 64 p * 12,95 € * ISBN 978 90 5911 642 9.
Katelijne
***
HET ARDENNENOFFENSIEF
Het Ardennenoffensief’ van bestseller-auteur Alex Kershaw vertelt het opmerkelijke verhaal van één peloton van het Amerikaanse leger dat op wonderbaarlijker wijze Hitlers Ardennenoffensief tot staan wist te brengen. Dat peloton – het Intelligence and Reconnaissance-peloton van het 394ste infanterieregiment van de 99ste divisie – slechts 18 man sterk, ging de geschiedenis in als het meest onderscheiden peloton van de Tweede Wereldoorlog. Het stond onder de leiding van de toen twintigjarige luitenant Lyle Bouck, die voor Kershaw een onontbeerlijke hulp bleek tijdens de voorbereiding van zijn werkstuk.
Diep ingegraven in de Ardense bossen werden de mannen van luitenant Bouck die bitter koude ochtend in december 1944 geconfronteerd met de hoofdmacht van het Duitse offensief. Sterk in de minderheid slaagden zij erin drie Duitse aanvallen op een strategisch belangrijke heuvel af te slaan. Meer dan 500 vijandelijke soldaten werden door hen gedood in de vernietigende 24-uren durende slag. Pas toen hun munitie opraakte, gaven zij zich over. Ze werden krijgsgevangen gemaakt, een beproeving die ze later als erger dan het slagveld bestempelden.
Als bij wonder echter overleefden ze ook deze periode, ondanks de schietgrage Duitse bewakers, de geallieerde bomaanvallen en de pietlullige dagrantsoenen…
Kershaw beperkt zijn verhaal niet tot de heldendaden van het pelolon van luitenant Brouck en het Ardennenoffensief, maar schetst uitgebreid ook het tijdskader waarin deze gebeurtenissen zich afspelen. Hij doet dit op de hem eigen, levendige manier (de hoofdrolspelers zijn mensen van vlees en bloed) waardoor het boek leest als een roman, zonder dat echter de historische werkelijkheid geweld wordt aangedaan. Fascinerend…
Alex Kershaw * Het Ardennenoffensief * Uitg. BZZTôH * 332 p * 12,50 euro * ISBN 978 90 4530 953 8.
Katelijne
***
JOOST MAG HET WETEN
Een aardig naslagwerk is ‘Joost mag het weten‘, een boekje van Heidi Aelbrecht. Zij deed heel wat opzoekingswerk om de herkomst te vinden van bekende spreekwoorden en uitdrukkingen. Dat levert interessante wetenswaardigheden op.
Wij zeggen ‘In het land der blinden is de eenoog koning’. Die blinde was vroeger een schele want, schrijft zij: ‘In het middeleeuwse Latijn lijdt de koning aan een andere kwaal: inter caecos regnat strabus’ (‘onder de blin-den regeert de schele‘) en ook in een 16-eeuwse Nederlandse tekst is de koning scheel: ‘de scheluwe is een coninck onder de blinden’.

Zij heeft de spreekwoorden en gezegdes volgens alfabet gerangschikt en men kan dus gemakkelijk teruggrijpen naar een spreekwoord. Heidi Aelbrecht beperkt zich niet tot het aanhalen van oud-Nederlandse voorbeelden maar zij verwijst bij heel veel gezegdes en spreekwoorden naar andere talen.
Zo verwijst zij bij mosterd:‘Al in de middeleeuwen werd mosterd gebruikt om de maaltijd extra smaak te geven. Als de maaltijd al voorbij is, heeft mosterd natuurlijk geen zin meer. Ook de Fransen noemen iets wat te laat komt ‘de la moutarde après diner’. Zij voegt daar aan toe: ‘In België wordt zoiets doorgaans ‘vijgen na Pasen’ genoemd omdat vijgen gegeten worden in de vastentijd die aan Pasen voorafgaat.
Een degelijk naslagwerk dat een verkeerde beeldspraak kan voorkomen.
Aanbevolen.
Heidi Aelbrecht * Joost mag het weten * Uitg. BZZTôH * 320 p * 17,50 € * ISBN 978 90 453 0907 1.
B.M.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *