900 Ita – 't Scheldt

900 Ita

Nu zou ik van de professor deze brief natuurlijk niet mogen schrijven. Ik behoor immers in zijn ogen meer dan waarschijnlijk tot die categorie van ‘recht-schapen zeden-meesters’ die beter hun mond zouden houden. Ik maak deel uit van die club van stuurlui aan wal die ‘altijd weer theoretiseren over de beschermwaardigheid van het leven, de zin van het lijden, de heiligheid van het menselijk bestaan, de zwaarte van de artseneed van Hippocrates of de bijbelse plicht van liefdevolle verzorging’.

Ik heb niet ‘jarenlang wanhopig aan het bed van een bewusteloze geliefde gezeten en duizend keer vruchteloos gevraagd om een klein tekentje van herkenning: een kneepje in de hand of het knipperen met een ooglid’.

Mensen die over zg. euthanatisch ingrijpen denken als ik, zijn geen aanvaardbare gesprekspartner in de – overbodige? – discussie over vrijwillige levensbeëindiging.

De professor zal zeker beroepsmatig met dit soort situaties al te maken hebben gehad. Ik wens hem niet toe ze ook al in familieverband te hebben beleefd. Maar ik ben er redelijk zeker van dat de meeste pleitbezorgers van dit soort ingrijpen in het stervensproces evenmin ‘jarenlang wanhopig aan het bed van een bewusteloze geliefde gezeten en duizend keer vruchteloos gevraagd om een klein tekentje van herkenning: een kneepje in de hand of het knipperen met een ooglid’ als ik.
Kunnen we dit soort op het sentiment werkende argumentatie dan a.u.b. uit de discussie houden? Dat schept hopelijk ruimte voor een meer redelijke benadering.

Als ik het beroep op een gevoelsmatige benadering van dit soort (inderdaad pijnlijke) situaties aldus even buiten beschouwing laat, dan valt me in de bijdrage van onze eminente Noorderbuur wel op dat hij impliciet iets toegeeft wat vaak door de voorstanders van een versnelde levensbeëindiging uitdrukkelijk wordt ontkend, dat het nl. vooral draait om de nabestaanden van de patiënt. En dat kan ook niet anders, want de auteur heeft het voortdurend in zijn stuk over ‘verwoeste’ hersenen. Dan zou het uiteraard geen zin hebben het lijden van de patiënt zelf in te roepen. Dus moet het maar over een andere boeg gegooid worden.

Wel, ik ben het met de professor volkomen eens dat de voornaamste reden – uiteraard naast de oplopende kosten voor het ziekenfonds en dus voor de maatschappij – om tot zg. euthanasie over te gaan bij de gevoelens van de directe omgeving dient te worden gezocht. In de door de professor geselecteerde situaties kan dit inderdaad voornamelijk gaan om echte wanhoop en onverwerkbare rouw, in heel wat andere gevallen gaat het eerder om geveinsd medelijden en – helaas wel echte – financiële begerigheid.

Tenslotte wil ik nog iets kwijt over het woordgebruik van de professor. Door het de hele tijd te hebben over ‘verwoeste’ hersenen en over ‘permanent’ comateuze patiënten, verhult hij een deel van het plaatje. Inderdaad, als arts weet hij beter dan wie ook dat men maar van een onomkeerbare coma kan spreken als de patiënt tot het moment van zijn (natuurlijke!) dood nooit meer bij bewustzijn is geweest. Beter dan wie ook moet de professor beseffen dat er in de medische literatuur heel wat gevallen bekend zijn van mensen die wel degelijk na jaren uit een – irreversibel geachte – coma ontwaken.
Maar misschien vindt hij dat samenleving, geneeskunde en familie dat risico maar moeten lopen.
Ik vind alvast van niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *