898 Bob – 't Scheldt

898 Bob

Bij Eluana ging dat als volgt. Als jonge vrouw van 21 jaar liep ze in januari 1992 een fatale her-senbeschadiging ten gevolge van een auto-ongeval op. Zeventien jaar lang bleef ze in coma. Ze ademde zelf, maar werd kunstmatig van voedsel en vocht voorzien. In die toestand kwam geen verandering.

Vroeger stierf dit soort patiënten snel. Maar door de grote medisch-technische vooruitgang kunnen deze slachtoffers jarenlang in leven blijven. En daarmee ontstaat dan een ondraaglijk probleem. Vooral voor de familie. Want een comapatiënt is lichamelijk wel aanwezig, maar geestelijk niet meer. De wanhopige en eindeloze pogingen van de familie om contact te krijgen met hun verongelukte geliefde leveren geen resultaten op. In wezen is zulk een patiënt een overledene die nooit begraven wordt. Daardoor ontstaat een smartelijk en eindeloos rouwproces. Waarheid
Permanent coma is erger dan de dood. En de familieleden worden door de zieke als het ware meegesleurd in een uitzichtloze ellende.
Nederland werd zich daarvan voor het eerst bewust door het dramatische geval van Mia Versluis, een 21-jarige jonge vrouw die in april 1966 hersenschade opliep ten gevolge van zuurstofgebrek tijdens een kleine operatie. Ze leefde nog ruim vijfenhalf jaar maar kwam nooit meer bij kennis. Ze overleed door allerlei complicaties.
Haar vader werd financieel en sociaal te gronde gericht door de processen die hij voerde om de waarheid boven tafel te krijgen. Hij werd destijds gered door de lezers van het dag-blad De Telegraaf, dat een grandioze inzamelingsactie organiseerde. Zijn leven echter was verwoest.Op zaterdagmorgen 30 maart 1974 onderging de 31-jarige Ineke Stinissen-Swagerman in Enschede een keizersnede om haar eerste kind ter wereld te brengen. Ze kreeg een slechte anesthesist die de be-ademingsbuis in haar slokdarm plaatste in plaats van in de luchtpijp. Daardoor raakte ze in grote zuurstofnood. De baby, een jongetje, kwam gezond ter wereld, maar Inekes hersenen waren verwoest door het zuurstofgebrek.Hypocrisie
Ze bleef vijftien jaar lang in coma. Na een juridisch titanengevecht dat jaren duurde, werd eindelijk toegestaan dat haar leven mocht worden beëindigd. Men deed dat in verpleeghuis Het Wiedenbroek te Haaksbergen, door haar geen vocht en geen voeding meer te geven. Ze stierf na elf dagen door uithongering en uitdroging. De medische staf en justitie vonden dat ‘een natuurlijke dood’. Vooral ook omdat Ineke er toch niets van gemerkt zou hebben. Maar in feite is deze dood verschrikkelijk om aan te zien.Deze door artsen en juristen bedachte oplossing is slechts bedoeld opdat zij allen na afloop hun handen in onschuld kunnen wassen. Dan is er dus geen euthanasie gepleegd, er zijn geen wetten overtreden, de medische ethiek is niet geschonden en men kan opgelucht overgaan tot de orde van de dag. Maar de hypocrisie rondom zulk een sterfbed is onverdraaglijk.Want indien men al heeft besloten dat het uitzichtloze bestaan van een langdurig comateuze patiënt moet worden beëindigd, dan zijn er in de moderne geneeskunde meer humane, snellere en elegantere oplossingen voorhanden dan de tergend langza-me dood door uitdroging en verhongering. Alleen behoren de behandelend artsen dan wel over meer morele moed te beschikken.In het geval van Eluana Englaro bemoeide ook de Italiaanse kerk en de politiek zich ermee.
Het Vaticaan en premier Berlusconi spraken van moord, waarbij Berlusconi nog opmerkte dat Eluana zeker moest blijven leven, want zij menstrueerde nog steeds en kon dus in principe nog kinderen krijgen.Hoe vreselijk de nood kan zijn bij de familie van een comapatiënt is in 1988 duidelijk geworden toen een 43-jarige moeder op bezoek ging bij haar 20-jarige zoon Patrick, die al zestien jaar in coma lag. Hij was als jongetje van vier jaar bijna verdronken. Zijn hersenen waren door zuurstofgebrek ver-woest. Uit pure wanhoop sneed de moeder in een verpleeghuis te Dordrecht tot ontzet-ting van de verpleegkundigen haar permanent bewusteloze zoon de keel door.Eveneens in 1988 moesten vier verpleegkundigen van het Amsterdamse VU-ziekenhuis zich voor de rechter verantwoorden. Ze hadden in vijf jaar tijd drie permanent comateuze patiënten voorgoed laten inslapen. Ze konden het niet langer meer aanzien.
De rechtbank constateerde dat de behandelende artsen zich nooit om de psychische problemen van hun verpleegkundigen hadden bekommerd.Tekentje
Er zijn uiterst ethische artsen en theologen van alle kerkgenootschappen die bij deze drama’s altijd weer theoretiseren over de beschermwaardigheid van het leven, de zin van het lijden, de heiligheid van het menselijk bestaan, de zwaarte van de artseneed van Hippocrates of de bijbelse plicht van liefdevolle verzorging.
Maar ze hebben nooit jarenlang wanhopig aan het bed van een bewusteloze geliefde gezeten en duizend keer vruchteloos gevraagd om een klein tekentje van herkenning: een kneepje in de hand of het knipperen met een ooglid. Wellicht zouden al die rechtschapen zedenmeesters en politici zich eens moeten realiseren dat de naaste familieleden van een chronisch bewusteloze uiteindelijk ook patiënten zijn geworden, die eveneens recht hebben op een einde aan hun lijden.
*
Wij danken Prof. dr. Bob Smalhout en het dagblad De Telegraaf voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *