876 Bisschop – 't Scheldt

876 Bisschop

… dat hij een echte bisschop er toe had kunnen bewegen om de tentoonstel-schreursling van de kunstenaars uit zijn diocees te komen openen. Hij reserveerde voor de bisschop de mooiste suite in het chicste hotel van de stad. Hij liet in het best gelegen restaurant van de badstad – met de grootste ramen – een prachtige tafel in orde maken. Iedereen zou zien dat de stadspastoor en de bisschop wisten hoe goed leven in elkaar stak.
Op de grote dag, na een geslaagde opening met veel schoon volk, trok de stadspastoor, samen met de kunste-naars, de bisschop aan zijn mouw mee naar het restaurant. Hij verlek-kerde zich nu al op een heerlijke ze-vengangen maaltijd, rijkelijk overgo-ten met de gepaste wijnen. Waar leeft een mens anders voor? Bij het binnen-komen inspecteerde de stadspastoor snel de bak met de kreeften. Gelukkig, er waren er genoeg om eens goed door te eten. Alleen, toen de menukaarten uitgedeeld waren, liet de bisschop deze ongeopend op de tafel liggen. ‘Och neen, beste pastoor. Deze luxe, dit uitgebreid eten, dat is toch niet aan ons priesters besteed’, fluisterde de bisschop. ‘Vraag voor mij een stukje witte vis, met een aardappeltje en een stukje brood. Dat is voor mij voldoende’.
Het humeur van de stadspastoor lag aan diggelen. Want met zo een indrin-gende boodschap, kon hij niet anders dan de soberheid van monseigneur volgen.
‘Och monseigneur, misschien toch nog een bordje soep vooraf’, probeerde hij om toch iets te redden.
‘Wel ja’, zei de bisschop. ‘Dat is een goed idee’. En voor de stadspastoor adem kon halen bestelde de monseigneur de groentesoep van de dag voor de hele tafel. En de stadspastoor kon zijn bisque vergeten! Na de maaltijd bleek het lijden van de conservator nog niet voorbij. ‘Monseigneur, ik zal u even vergezellen naar uw hotel?’.
Hij had allicht het vaste voornemen om aan de bar een en ander in te halen. Een drankje meer of minder op de rekening van de bisschop zou de stichting van het museum niet opvallen.
‘Niet nodig, beste conservator. Ik ga bij de zusterkes slapen. Ik heb hen be-loofd morgenvroeg de mis te doen. Je zou me wel plezieren mocht je mor-genvroeg willen mee concelebreren?’.
Waarop de stadspastoor zich ontgoocheld naar huis haastte om te slapen. Hij kon niet anders dan fris op de ochtenddienst van de zusterkes verschijnen.
En zo vroeg was hij in zijn leven nog nooit opgestaan!
We schrijven nu september 2008.
De stadspastoor is al ruim 15 jaar geleden overleden. Niemand die hem nog kent of weet dat ie ooit bestaan heeft. Het museum is even later ook verdwe-nen. Och, de stadspastoor heeft zijn glorie op aarde beleefd.
Vorige week werd afscheid genomen van Paul Schruers, de tweede bis-schop in Hasselt. Een man die in alle eenvoud leefde en geen aandacht had voor het materiële. Maar des te meer voor het geestelijk welzijn van de mens.
‘De straathoekwerker’, zoals hij zich de laatste jaren van leven noemde. Mon-seigneur Schruers laat ons een rijke herinnering na. Eentje die we niet snel zullen vergeten. Gelovigen en ongelovigen. Hij was er voor de mensen. Alleen vragen we ons nu nieuwsgierig af hoe de stadspastoor zal reageren als hij de bisschop terug zal ontmoeten in de tuinen van de Hemelse Vader?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *