870 Inburgering – 't Scheldt

870 Inburgering

In Duitsland is onrust ontstaan rondom het nieuwe Duitse inburgeringsexa-men voor allochtonen. In de vragenlijst betreffende de geschiedenis van Duitsland is onder meer het begrip Holocaust’ niet vermeld.
De secretaris-generaal van de Cen-trale Raad van Duitse Joden heeft geprotesteerd tegen deze grote nala-tigheid.
Wie spreekt over de geschiedenis van Duitsland kan moeilijk om het onder-werp ‘Wereldoorlogen’ heen. En wat betreft de Tweede Wereldoorlog is een gesprek over het uitmoorden van zes miljoen Joodse burgers onvermij-delijk.
Het is een integraal onderdeel van de Duitse historie geworden. Geen fraai onderdeel, maar de Duitsers hebben na de oorlog die schandvlek niet willen verbergen. Met bewonderenswaardige openheid hebben zij de misdaden van hun oorlogsgeneratie onder ogen ge-zien en bespreekbaar gemaakt. De beste documentaires over die vreselij-ke naziperiode komen thans uit Duits-land zelf. Ook hebben de Duitsers ge-tracht zo goed mogelijk financiële compensatie te verlenen aan de overlevenden van deze massamoord. Tot zover niets dan waardering voor de inzet van de naoorlogse Duitse generatie.

ALLOCHTONEN
Maar Duitsland heeft, net als wij, de laatste veertig jaar er een probleem bij gekregen. En dat is de massale toe-stroom van allochtonen, die thans on-geveer 9 procent van de totale bevol-king van 82 miljoen inwoners uitma-ken. Het gaat om ruim zeven miljoen buitenlandse immigranten. De groot-ste groepen worden gevormd door Turken en mensen uit het voormalige Joegoslavië, die voor een belangrijk deel ook een islamitische achtergrond hebben.
De Duitse overheid, die, evenals de Nederlandse, al jarenlang het bevlo-gen idee van de multicultimaatschappij omarmde, probeerde onder meer haar doel te bereiken via inburgeringscur-sussen. Die moesten dan worden af-gesloten met een examen.
De Humboldt-Universität te Berlijn kreeg de opdracht meer dan driehon-derd examenvragen op te stellen. Uit die voorraad konden dan steeds groe-pen van ruim dertig vragen worden sa-mengesteld die zo’n beetje de Duitse maatschappij bestreken, zoals onder-wijs, gezondheidszorg, geschiedenis, opvoeding en sociale zaken. Wie meer dan de helft van vragen goed beantwoordde, was geslaagd. Maar nu bleek dat de Holocaust op geen enkele wijze werd aangestipt. Boven-dien werd bij de vragen over wereld-godsdiensten het joodse geloof hele-maal niet vermeld. Daarom protes-teerde de Centrale Raad voor de Duits-Joodse gemeenschap geheel terecht.
Vreemd genoeg protesteerden ook de Duitse moslims. Zij vonden dat sommi-ge vragen een verkapte kritiek bevat-ten op hun islamitische levensstijl.
Bijvoorbeeld bij de multiplechoice-vragen over het Duitse kiessysteem waren vier mogelijkheden waarvan er maar één goed was, namelijk dat de vrouw onafhankelijk van haar man haar stem uitbrengt.
En niet dat haar man het voor het zeg-gen heeft.

Deze Duitse examenvragen bewijzen wederom de problemen van de multi-culturele maatschappij. Maar het ern-stigste is dat Duitsland, net als hier gebeurt, kennelijk elke discussie met islamitische allochtonen over de Tweede Wereldoorlog en de Holo-caust wil ontlopen.

PATROON
Ook bij ons zijn er gemengde scholen waar deze onderwerpen niet worden behandeld uit angst voor islamitische reacties. Dat is een algemeen patroon in vele West-Europese landen. In En-geland heeft bijvoorbeeld de midden-stand eind vorig jaar weinig gedaan aan kerstviering en -versieringen om daarmee de moslims niet voor het hoofd te stoten.
In Nederland, en zelfs in het katholieke Spanje, worden op sommige scholen geen kerstliedjes meer gezongen van-wege de Marokkaanse of Turkse kin-dertjes. Jarenlang mochten in politie- en krantenverslagen de etnische af-komst van islamitische criminelen niet vermeld worden. Slechts aanduidin-gen als ‘De Amsterdammer Achmed B.’ of ‘De Rotterdammer Yousouf C.’ deden vermoeden dat het wiegje van de onverlaten niet op Urk of Schier-monnikoog had gestaan.
Twee jaar geleden werd aan de Utrechtse universiteit de afscheids-rede van de theoloog prof. dr. P.W. van der Horst op last van de rector magnificus prof. Gispen gecensu-reerd. De rede ging over het interna-tionale antisemitisme. In het bijzonder wees prof. Van der Horst op het mondiale probleem dat een deel van de islamitische wereld de fakkel van de Jodenhaat van de Duitse nazi’s heeft overgenomen. En dat mocht van de rector niet gezegd worden uit angst dat islamitische studenten in opstand zouden komen. Deze angst voor de terreur van een andere cultuur is een kwalijke zaak.
De voorbeelden daarvan liggen voor het oprapen. Nog kortgeleden hadden we de rel in het gemeentehuis te Hui-zen waar de kunstenares Ellen Vroegh een tweetal schilderijen expo-seerde met voor moslims veel te blote vrouwen. We hadden de bouwvakkers in Almere, die op warme dagen vol-gens islamitische inwoners te schaars gekleed waren.
Ook is niemand het islamitisch geweld in 2006 tegen de Deense cartoons vergeten. In elk geval heeft het protest van de Joodse gemeente in Duitsland weer aanleiding gegeven tot een on-smakelijke stroom van antisemitische reacties op internet.

RAADGEVER
Angst is de slechtste raadgever. Ze-ker voor de overheid. Het is wellicht zinvol voor politieke leiders de rede op te vragen die de Australische mi-nister-president John Howard on-langs over dit probleem heeft gehou-den. Hij zei onder meer tegen protes-terende moslims:
Wij aanvaarden uw geloof en zullen ons niet afvragen waarom. Het enige dat wij van u vragen, is dat u óns ge-loof en ónze cultuur accepteert en harmonieus met ons wil samenleven. Maar als u onze levenswijze en ons geloof onderuithaalt, dan raad ik u aan gebruik te maken van een ander Australisch voorrecht, namelijk het recht om op te stappen’.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *