869 DF Reizen – 't Scheldt

869 DF Reizen

Het herkenningsteken op zijn jas vermeldt naast zijn naam ook Davidsfonds. X bezoekt in een Brussels hotel de ‘Toeristische Workshop’ van een buurland en leidt in West-Vlaande-ren een plaatselijke afdeling van het Davidsfonds. Elk jaar richt hij een reis in voor de leden en zijn betrachting is dat er minstens 26 inschrijvingen zijn. Bereikt hij dat getal dan kan hij en zijn vrouw gratis meereizen. ‘Ik heb tot nu toe 23 inschrijvingen’, zegt hij.
Kan je aan andere afdelingen niet vragen of er daar belangstellenden zijn?’, vraag ik.
Oh neen, dat mag niet, dat is concurrentie! Want die richten ook reizen in’.
Het Davidsfonds geeft een mooie brochure uit, vol met prachtige, interessante aanbiedingen van luxueuze reizen. Ik uit dan ook mijn verwondering dat hij niet aan het nodige aantal inschrijvingen komt.
Met zo’n mooie brochure die jullie uitgeven’, merk ik op.
Och mijnheer, onze reizen en die van de andere afdelingen worden in die brochure niet opgenomen, zijn helemaal niet vermeld. Niet goed genoeg of niet duur genoeg. Daar staan uitsluitend peperdure reizen in voor kapitalisten en de hogere, de betere, de begoede klasse. Met die brochurereizen mogen Marc Eyskens en andere goden gratis mee op reis. Je kan die lui toch niet met gewone Davidsfondsleden een week of veertien dagen opzadelen? Een gewoon Davidsfondslid kan zich zulke reisuitspattingen niet veroorloven. Dat is geen brochure voor de gewone man, voor een Davidsfondslid. Dat is geen spijs voor onze bek’. In een stortvloed kwam het er met bittere ondertoon uit.
En kan je geen oproep doen in het ledenblad van het DF of aan andere afdelingen vragen of er daar soms belangstellenden zijn om met uw groep mee te reizen?’, vraag ik.
X kijkt me verwonderd aan: ‘Oh neen mijnheer, elke afdeling dopt haar eigen boontjes, zorgt zelf voor haar activiteiten’.
Ik veroorloof me: ‘Ik dacht dat het DF een vereniging was voor de gewone, modale man. Katholiek en Vlaamsgezind’.
De man onderbreekt me: ‘Dat is geweest mijnheer. Vroeger’.
‘Hoezo geweest? Gaat u met uw afdeling niet naar het Zangfeest, naar de IJzerbedevaart of de IJzerwake?’
Zijn stem verheft zich: ‘Vroeger, lang geleden, gingen wij in groep. Er zijn er die daar nog naar toe gaan, maar wij richten het niet meer in. Geen belangstelling meer. En ook: willen wij ruzies en twisten vermijden: de ene wil naar de Bedevaart en de andere naar de IJzerenwake’.
Dat is duidelijke taal en daarom vraag ik: ‘Wat is dan de bezigheid van een afdeling?’
‘In onze stad hebben wij elk jaar een voordracht, soms twee. Wij trachten zoveel mogelijk boeken te verkopen en elk jaar richten wij een reis in. Daarom kom ik hier kijken naar gunstige reisaanbiedingen’.
De man van het Davidsfonds, de boeken- en reiswinkel, haalt zijn schouders op en neemt nog een tas koffie.
Met ‘Goeden avond’, neemt hij afscheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *