ePrivacy and GPDR Cookie Consent by Cookie Consent Wie is hier nu eigenlijk intolerant? (Archief: 863 ) – 't Scheldt

Wie is hier nu eigenlijk intolerant? (Archief: 863 )

Vanwege het buitengewoon warme weer, veertien dagen geleden, deden bouw-vakkers in Almere hun werk slechts gekleed in korte broek en T-shirt. Daaraan ergerden zich enige islamitische buurtbewoners. Of de uitvoerder maar eventjes wilde regelen dat de werklieden een lange broek aantrokken.

De cartoonist met het pseudoniem Gregorius Nekschot werd door een bewapend politieteam van tien personen thuis gearresteerd en in een gevangeniscel opgesloten alsof hij een vuurgevaarlijke beroepscrimineel was. Hij zou cartoons hebben getekend die kwetsend waren voor de moslimgemeenschap. Na dertig uur cel en inlevering van zijn tekeningen werd hij weer vrijgelaten. Zulks in afwachting wat of justitie verder zal doen.

Pornografisch

In het voormalige Zuiderzeevissersdorpje Huizen werd in het gemeentehuis een schilderijenexpositie gehouden. De kunstenares Ellen Vroegh exposeerde onder meer twee min of meer abstracte schilderijen waarop blote vrouwen waren afgebeeld. Op een ervan dansten twee naakte meisjes tegen de achtergrond van een palmboom. Een met blanke huid en een die lichtbruin getint was. Volgens de schilderes symboliseerde dat het samengaan van twee culturen. Er was niets pornografisch aan te ontdekken. Maar klachten van enige moslims waren voor de gemeente Huizen al voldoende om de kunstwerken uit het zicht te hangen. De schilderes is woedend en acht zich beknot in haar vrijheid van meningsuiting.

Deze gebeurtenissen staan met elkaar in verband. In toenemende mate tracht de allochtone moslimgemeenschap ons, als Westerse burgers, hun vaak intolerante normen en waarden op te dringen. Dat gebeurt eigenlijk al jaren. Het is natuurlijk irritant. Maar uitgesproken vreselijk is dat onze overheid zo gemakkelijk voor dit soort terreur door de knieën gaat. Hiervoor waarschuwde wijlen Pim Fortuyn reeds in 1997 met zijn nog steeds hoogst actuele boek: ‘Tegen de islamisering van onze cultuur’ (Uitg. Bruna * ISBN 90 22 9 8338 2).

Aan de zojuist genoemde incidenten ging al een lange reeks soortgelijke ergernissen vooraf. Iedereen weet nog dat de Ayatollah Khomeini over de Iraanse schrijver Salman Rushdie in 1989 een fatwa (islamitisch doodvonnis) uitsprak. Rushdie zou de islam beledigd hebben met zijn boek ‘De Duivelsverzen’. Rushdie heeft negen jaar als onderduiker moeten leven. Pas in 1998 werd de fatwa opgeheven.

Farce Majeur

In 1974 kregen wij in Nederland voor het eerst met de moslimintolerantie te maken, nadat de befaamde maatschappijkritische cabaretgroep Farce Majeure het lied ‘Koeweit, kiele kiele Koeweit’ had gezongen. In 1980 trachtte onze overheid de Engelse film ‘De dood van een prinses’ te verbieden onder druk van Saoedi-Arabië. De Arabische prinses Misha’al en haar minnaar werden terechtgesteld vanwege hun, volgens de sharia, ongeoorloofde liefde.

In 1994 kreeg de Bengaalse schrijfster Taslima Nasreen een fatwa vanwege haar boek ‘Lajja’ (Schande) over islamitische terreur tegen hindoes. Ze vluchtte naar de Verenigde Staten. In 2001 werd de musical ‘Aisja en de vrouwen van Medina’ verboden onder druk van Rotterdamse moslims. Aisja was namelijk het 15-jarige kindvrouwtje van de 56-jarige profeet Mohammed.

Ook weten we wat er met Theo van Gogh is gebeurd. Hij werd in 2004 vermoord door de islamitische fundamentalist Mohammed Bouyeri. Onder meer vanwege Theo’s islamfilm Submission. Van Goghs filmpartner Ayaan Hirsi Ali vreest nog steeds voor haar leven. De internationale rel die in 2005 en 2006 ontstond na publicatie van de Deense cartoons over Mohamed, staan vermoedelijk iedereen nog helder op het netvlies.

Kortgeleden hebben wij de bijna histerische reacties kunnen zien van onze overheid op de film Fitna van Geert Wilders. Niemand had die film nog gezien toen onze gezagsdragers door het stof kropen uit angst voor mogelijke moslim-reacties. Het was een beschamende vertoning. De verklaring voor de karakterloze houding van onze overheid is naar alle waarschijnlijkheid terug te voeren tot de Tweede Wereldoorlog. Toen werd ruim driekwart van de Joodse bevolking in Nederland uitgemoord omdat rijk en gemeenten in hoge mate collaboreerden met de Duitse nazi’s. Dat is waterdicht en dodelijk onder woorden gebracht door de historica Nanda van der Zee in haar boek ‘Om erger te voorkomen’ (Uitg. Aspekt ISBN 978 905811 564 4). Dit psychotrauma heeft alle overheidsdienaren overgevoelig gemaakt voor iedere vorm van discriminatie. Vandaar dat iedereen tegenwoordig luid meezingt in het wat vals klinkende tolerantiekoor. Maar in feite berust deze vorm van tolerantie niet op verdraagzaamheid, maar op lafheid en angst. Angst voor moslimgeweld, dat blijkbaar zo gemakkelijk door fundamentalistische imams kan worden opgeroepen.

Vermomd

Het bovenstaande was reeds geconstateerd door de grote staatsman Winston Churchill (1874-1965) die in zijn boek ‘The River War’ (van 1899!) over de islam reeds opmerkte: ‘Deze religie verlamt de sociale ontwikkelingen en brengt nietsontziende agressie-velingen voort’.

Maar de echte intolerantie ligt niet aan de Nederlandse zijde, maar aan de kant van het fundamentalisme. In 2006 in Elsevier: ‘Als godsdienstige gevoeligheid vermomde onverdraagzaamheid’.

Dit artikel verscheen eerder (24/05/2008) in De Telegraaf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *