1285 Act III – 't Scheldt

1285 Act III

Fiscaal fatsoen voor intercommunales… want zoveel zijn er terug te vinden op de website Fisconetplus van Financiën. We spoelen nog een beetje verder terug in de tijd. Sinds 1907 en tot en met 2014 waren intercommunales, hoeveel winst ze ook maakten, automatisch uitgesloten van de vennootschapsbelasting. Samen met verenigingen zonder winstoogmerk en alle openbare besturen vielen zij onder de minder gekende rechtspersonenbelasting. Deze houdt in dat de voorheffingen gewoon tot definitieve belasting verklaard worden. Zo wordt de ingehouden voorheffing op ontvangen intresten en dividenden niet teruggegeven en klaar is Kees.

Bij u en mij is dat niet anders. Wanneer zo een vereniging een boekhoudkundig ‘overschot’ heeft, is dat geen winst en betaalt zij daarop geen winstbelasting. Die automatische vrijstelling was wat uit de hand gelopen.
Op 17 juli 2014 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden voor die intercommunales die echt wel een onderneming met winstoogmerk uitbaten (arrest 114/2014). Die uitspraak volgde op een klacht van het autonoom gemeentebedrijf Elektriciteitsnet Izegem, dat zich gediscrimineerd voelde. In tegenstelling tot intercommunales moesten zij wel vennootschapsbelasting betalen. Zij wilden ook de vrijstelling maar het draaide anders uit. Discriminatie kan nu eenmaal in twee richtingen worden opgeheven.Zelden heeft de politiek zo alert gereageerd op een arrest. De nieuwe regering-Michel wilde ‘geen afbreuk te doen aan de eerlijke concurrentie tussen de privésector en de overheidssector’ en met de programmawet van 29 december 2014 was de automatische uitsluiting van vennootschapsbelasting voor de intercommunales al afgeschaft. In de begroting 2015 werd meteen 200 miljoen euro opbrengst voorzien.
Dat was dan allemaal weer niet naar de zin van de gemeenten. Nu was het de beurt aan een vijftigtal intercommunales om de nieuwe belasting voor hetzelfde Grondwettelijk Hof aan te vechten. Zij kregen de volle steun van de Vlaamse, Brusselse en Waalse koepels van steden en gemeenten. Met andere woorden: alle lokale bestuurders kwamen op tegen een belasting die door hun federale partijgenoten was goedgekeurd. Persoonlijk zou ik ook wel verkiezen dat het geld in de gemeente blijft en niet in de federale put moet gestort worden.
Maar er zijn nu eenmaal btw- en belastingregels die voor iedereen moeten gelden. De tijd dat Lodewijk XIV en zijn vrienden belastingen oplegden aan het plebs, waar zij zelf boven stonden, is voorbij. Wij leven nu in een rechtsstaat en op 1 december 2016 verwierp het Grondwettelijk Hof de klachten (arrest 151/2016). Voor intercommunales geldt voortaan ook de gewone algemene regel: wie zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard, betaalt vennootschapsbelasting. Anders niet. De Brusselse vereniging van gemeenten Brulocalis noemde het een ‘evenwichtige beslissing’. Maar intussen hadden ze wel in de rij gestaan voor een individuele ruling om erkend te zien ‘dat hun verrichtingen niet van winstgevende aard zijn’. Kamervoorzitter Siegfried Bracke gaf de voorzet voor mijn kritiek. Op 27 april 2016 stuurde hij een tweet over een Gentse stads-vzw, en – zoals hij dat noemde – ‘de zelfbediening der kameraden’. Mijn antwoord luidde: ‘Ja, ’t is erg; zolang de N-VA maar niet meedoet’. Vervolgens gingen we over in een niet publieke conversatie en daarin liet ik hem weten dat intercommunale X een ‘zeer betwistbare’ ruling gekregen had. Discretie en beroepsgeheim verhinderen mij de naam te noemen maar ik vond wel dat ik de Kamervoorzitter mocht informeren. Soms gebeurt het dat zo’n boodschap dadelijk in de Kamer of in de commissie wordt voorgelezen. Soms gebeurt het ook dat een twittergesprek stilvalt als één van beiden er geen zin meer in heeft. Deze keer had de Kamervoorzitter er blijkbaar geen zin meer in. Op dat moment hadden al een twintigtal intercommunales een ruling gekregen en er zouden er nog dubbel zoveel volgen. Voor zover ik kan nagaan, is de bewuste ruling X nooit gepubliceerd. Alle rulings op Fisconet zijn geanonimiseerd maar nu kunnen we ons wel afvragen hoeveel er daar niet te vinden zijn.
En waarom eigenlijk? In de publieke jaarrekeningen zal men sowieso kunnen zien wie er geen belasting betaalt en uit de toelichting zou moeten blijken hoe dat komt. Ik wil pleiten voor een minimum aan fiscaal fatsoen, ook voor gemeentebestuurders die bedrijven oprichten, en dat niet in het minst tegenover de zwaar belaste concurrentie. Het kan een extra aansporing zijn aan de minister van Financiën om zo snel mogelijk de vennootschapsbelasting naar 20 of 22 pct. te verlagen. Maar er dan ook voor te zorgen dat iedereen die betaalt, ook de intercommunales met flinke winstgevende activiteiten.*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *