1275 Hoogland – 't Scheldt

1275 Hoogland

… weer eens duidelijk hoe futiel ontzettend veel reeds uitgesponnen nieuws voor iemand moet zijn die zoiets voor zijn kokosnoot heeft gekregen. Wanneer je bestaan een zaak van leven en dood wordt, verliest al het andere zijn waarde. De avond tevoren hoorde ik Zuidoost-Azië-correspondent Michel Maas ook al iets dergelijks beweren, toen hij tijdens een interview in het radioprogramma Kunststof uit de doeken deed wat er met hem was gebeurd nadat hij in 2010 tijdens rellen in Bangkok, live op de radio, was getroffen door een politiekogel. Dat zal Eberhard van der Laan de komende tijd ongetwijfeld eveneens overkomen, terwijl hij zich, tijdens de behandelingen in het Anton van Leeuwenhoekziekenhuis, uit hoofde van de functie die hij nog een poosje hoopt te bekleden over het gedoe in zijn stad laat inlichten.

Niet van mijn partij, Eberhard. Dat weet-ie ook. Wel mijn mens. Eberhard van der Laan is een burgemeester naar mijn hart – en niet alleen naar het mijne. Hij voelt zich niet boven zijn volk verheven, maar begeeft zich er graag tussen, op die mooie herenfiets als het even kan, zonder het besef te verliezen dat hij zowel in bestuurskundig als in moreel opzicht leiderschap dient te tonen: op zijn Amsterdams (een synoniem voor afwijkend), getuige ook zijn uitspraak ‘Amsterdam is een stad van shabby en chic’. Iedere grachtengordelbewoner kwam hem tot nu toe wel eens tegen, te vaak helaas wanneer hij buiten even een sigaretje stond te roken, een gewoonte die hij vorig jaar – te laat dus – had afgezworen.Wat mij dan telkens treft – ook toen hij druk doende was zijn prostaatkanker te overleven – is die mix van intelligentie, met een vleugje Mokumse bravoure, eigenschappen die een burgervader van die merkwaardige hoofdstad van Nederland nodig heeft. ‘Ik heb vrienden die jou graag lezen’, grijnsde hij een keer tegen mij. Hij heeft dus nog humor ook, die hij nu hard nodig zal hebben. Ze kwamen aan, die woorden van hem: ‘Ik blijf graag nog een poosje uw burgemeester’.‘Nog een hele poos graag, burrie’, dacht ik meteen.*Wij danken Rob Hoogland en De Telegraaf voor de toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *