1274 Hoogland – 't Scheldt

1274 Hoogland

Bavink er vaak uit en vertraagde ditmaal mijn pas aanzienlijk toen ik zag wat zich afspeelde. Dit wilde ik wel eens van nabij meemaken. Ik zal eerlijk zijn: aanvankelijk gebruikte ik ‘Laatst zag ik taakgestraften aan het werk’ als eerste zin. Ik veranderde dat omdat ik het niet accuraat genoeg achtte. Deze taakgestraften waren niet aan het werk. Als in een vertraagde opname prikten zij hier en daar stukjes papier of plastic van de grond, die zij  verveeld in een vuilniszak deponeerden. Dat was het. Verder viel mij vooral op dat zij onmiddellijk nadat zij het busje hadden verlaten dat hen op het trottoir bij het Frederiksplein had gedropt – de bestuurder en een begeleider bleven gapend zitten waar zij zaten – over hun koffiepauze begonnen.‘Hé!’, riep de brutaalste van het stel, zich omdraaiend naar het lethargische stel in het busje. ‘Over een kwartiertje koffie, ja?’ En verdomd. Zouden deze gasten deze ‘straf van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte’, zoals het in het wetboek heet, werkelijk als zware straf hebben ervaren?

Dit leken mij types die het al als een straf zouden ervaren wanneer ze hun pink moesten optillen. Toch weet ik zeker dat dit hun antwoord zou zijn: nee. Zes maanden cel staat gelijk aan 240 uur taakstraf. Stel je ze voor de keuze, dan zeggen ze allemaal: die taakstraf graag. Ook al omdat ze er in het suf gepamperde Nederland van 2017 enorm de hand mee kunnen lichten, zoals ook daar in de Falckstraat werd bewezen. Daar komt wat mij betreft nog iets bij: wie een taakstraf oplegt, beledigt daarmee in feite degenen die dat werk, in veel gevallen met plezier, voor hun brood verrichten.
Ik ken althans een plantsoenmedewerker, die tot zijn grote genoegen dagelijks loopt te schoffelen, om het cliché te gebruiken. Hij vindt het heerlijk in de buitenlucht en verzekerde me laatst dat hij nooit iets anders zou willen doen. ‘Het is dus geen straf voor u?’, vroeg ik hem. ‘Haha, integendeel!’, riep hij in volle overtuiging. Ik kom hierop omdat ik een interview las met rechter Elianne van Rens, die we al kenden van de laatste zaak Wilders. Ditmaal voelde zij zich geroepen om te proberen uit te leggen waarom zij en haar mede-edelachtbaren in haar ogen het taakstrafverbod dat Den Haag op bepaalde punten heeft ingevoerd niét omzeilen door hun taakstraffen te combineren met één dag cel (in combinatie met celstraf mag het namelijk weer wèl). Die poging mislukte. Natuurlijk omzeilen ze daarmee dat verbod. De cijfers bewijzen het: vorig jaar gebeurde het in liefst 622 gevallen. Zodat we nu dus zelfs al rechters hebben die de wet aan hun laars lappen. Ik eis drie maanden cel, of 120 uur schoffelen.Benieuwd wat Elianne prefereert.*Wij danken Rob Hoogland en De Telegraaf voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *