1273 Rob Hoogland – 't Scheldt

1273 Rob Hoogland

We stapten allebei in bij Centraal en allebei uit op de Prinsengracht. We kenden elkaar niet. Ze was me wel al opgevallen bij het CS. Ze was iedereen opgevallen. Ze was zo’n vrouw waar je als gezonde Hollandse jongen na een pilsje of vijf op valt: ordinair maar kraakhelder. Lang, hevig geblondeerd haar, vuurrood gestifte lippen, zwaar opgemaakt. Al was het vooral haar jas die de aandacht trok. Haar lange, crèmekleurige bontjas. Nep, stelde ik direct vast. Niemand gaat tegenwoordig met een echte bontjas in een Amsterdamse tram zitten. Onderweg mijmerde ik een beetje. Ter hoogte van de Nieuwezijds dacht ik aan Mark Rutte, over wie half Nederland nu heenvalt omdat hij de PVV als coalitiepartner uitsluit, en over wie de andere helft van Nederland zou zijn heengevallen wanneer hij de PVV níet als coalitiepartner had uitgesloten. Ter hoogte van de Dam dacht ik aan Jesse Klaver, over wie ik mij afvroeg wat hij over vijftien of twintig jaar zal denken als hij de beelden van januari 2017 terugziet waarin hij verklaart dat hij premier wil worden. ‘Mijn hemel, wat een praatjes had ik toen’, zou ik zelf beschaamd denken.Ter hoogte van het Spui dacht ik aan de Bossche leraar die voor het oog van zijn leerlingen van het dak van het schoolgebouw was gesprongen. Ik had daar eigenlijk mijn oordeel al over klaar, maar kreeg geen tijd meer om het nader vorm te geven omdat er een opvallend punkmeisje instapte.Het meisje was de blonde versie van Lisbeth Salander in Millennium: Mannen die vrouwen haten en beende direct met een boze blik in haar ogen op de vrouw in de crèmekleurige bontjas af, die starend in een spiegeltje haar wangen zat te poederen.‘Zeg, is dat echt bont?’ vroeg het punkmeisje bars.De vrouw keek op en toverde meteen een lieve glimlach op haar gelaat.“Nee meid, ben je gek”, zei ze. ‘Ik ben hartstikke gek op dieren. Hier, voel maar’.‘Nee, dank je’, zei het meisje, dat eveneens op een stoeltje plaatsnam, maar daarna wel steeds met een zekere argwaan naar de vrouw in de bontjas bleef kijken, die haar make up-activiteiten onmiddellijk na deze korte conversatie had hervat.Drie haltes verder stapten de vrouw en ik uit.‘Dahag!’, riep de vrouw vrolijk zwaaiend naar het punkmeisje, dat een kort knikje gaf.De tram reed weg, de vrouw keek mij bijna uitdagend aan.‘Brutaal wicht, niet?’ zei zij.‘Stel je voor dat die jas wél echt was geweest’, grijnsde ik.‘Hij ís echt’, zei zij.‘Pardon?’‘Natuurlijk is hij echt. Nerts, ik heb ‘m pas een week. Negenduizend euro, maar hij is het elke cent waard. Ik voel me er héérlijk in. Tot ziens!’Ze wandelde de Leidsestraat in en wist ongetwijfeld al dat de onoverwinnelijkheid die ze daarbij uitstraalde haar voor de zoveelste maal een bewonderaar had opgeleverd.*Wij danken Rob Hoogland en De Telegraaf voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *