1267 Ephi – 't Scheldt

1267 Ephi

Natuurlijk is ook uw dienaar niet vrij van vooroordelen en het ergste is dat hij zich daar niet altijd voor schaamt. Je hebt natuurlijk positieve vooroordelen die maken dat je neigt bijna blindelings je goedkeuring vooraf te geven aan iets dat het, achteraf gezien, niet verdiende.Aan de andere kant wil ik best geloven dat Paul de Leeuw en Youp van ’t Hek met het klimmen der jaren goede televisie en shows zijn gaan maken. Maar sinds een eeuwigheid strekt mijn rechterarm zich richting de zapmachine uit zodra de volgevreten tronies van de betrokkenen het scherm gaan vullen. Van die twee heb ik in een ver verleden te veel van hun arrogante vulgariteit, grove humor en ordinaire gebaren geconsumeerd om nu een nieuwe sessie buikloop te riskeren.Hetzelfde geldt voor Herman Koch, maar dit varkentje laat zich niet zo gemakkelijk wassen met alleen een zapmachine bij de hand. Herman Koch doet geen televisie meer, is Jiskefet af en wordt nu als een volwaardige schrijver beschouwd. En toch heb ik nog steeds zijn bestseller ‘Het diner’ niet gelezen. Het boek dat in meer dan veertig talen is vertaald en waarvan een miljoen of meer exemplaren wereldwijd zijn verkocht. Proficiat natuurlijk. Maar hoe goed dit werk ook kan zijn, in de duistere kamer van mijn hersenpan waar vette vooroordelen worden geassembleerd, zit het muurvast. Als ik in een boekhandel Het diner op een tafel zie liggen, stijgt een stemmetje uit die duistere hersenkamer: ‘Eens een Jiskefetter, altijd een Jiskefetter’. Herman Koch breekt dan door het glazen plafond van mijn cognitieve dissonantie om in mijn vulgariteitkabinet naast De Leeuw en ’t Hek te belanden. Vooroordelen kunnen net als feiten hardnekkig zijn.Om eindelijk aan een voorzichtige ontmanteling van mijn Koch-vooroordeel te beginnen, las ik vorige week een lang interview met de schrijver in De Volkskrant. Tot mijn verbazing stuitte ik daarin op een passage waarin Koch zich uitsprak voor het beperken van de vrijheid van meningsuiting: ‘Mijn standpunt is dat het makkelijk is om mensen te beledigen (…) moet je het dan doen? Wat schiet je ermee op?’ En dat zegt nu de man wiens core business jarenlang bestond, samen met zijn twee kompanen, uit het beledigen van modale intelligentie en beschaafde nuance.Als voorbeeld van grove beledigingen schoof hij het blad Charlie Hebdo naar voren (waarvan de redactie vorig jaar door moslimterroristen werd uitgemoord). De Jiskefetter vond dat er ‘een grens aan humor’ is: ‘Dat is een kwestie van goede smaak. En ook van: hoe geestig is het?’Ik viel van mijn stoel. Kon die grappige Koch zich die uitzending soms niet herinneren waarin op de afbeelding van de toenmalige premier Balkenende door de Jiskefetters secondenlang werd geürineerd? Of die andere waarin Sinterklaas oraal werd bevredigd alvorens door Jiskefetters anaal te worden verkracht?Ik legde het blad weg en hoorde uit de duistere kamer van mijn vooroordelen een bevestigend lachsalvo.*Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *