1264 Ephi – 't Scheldt

1264 Ephi

De televisie stond in de woonkeuken opgesteld waar iedere avond ons bed, dat van mijn broer en ik, werd uitgevouwen. Het huis telde maar één slaapkamer, te weinig voor de twee volwassenen en drie kinderen die ons gezin telde. Op de avond van 4 november 1966, gisteren precies 50 jaar geleden, zat de hele familie naar de zwart-wit-beelden uit Italië te kijken. De journaalstem zal ik nooit vergeten: een brommende grafstem die het einde van de wereld probeerde te schetsen. Niet zozeer dat onder die vier meter kolkend water de aarde verging, maar wel een wereld van kunst. In Florence waar de rivier de Arno uit zijn oevers was gebarsten, werden honderdduizenden boeken, manuscripten, schilderijen en de andere kunstwerken door water en modder vernietigd. Achteraf verbaast het nog steeds, ik was maar negen jaar, dat deze natuurramp me toen zo aangegrepen heeft. Al die antieke boeken en kunst uit de stad van Michelangelo Buonarrotti voorgoed vernietigd. Gisteren zag ik diezelfde beelden die verschillende Rai-zenders uitzonden. De alluvione , de ramp van 50 jaar geleden moest wel herdacht worden en ook premier Renzi kwam de stad bezoeken waarvan hij burgemeester is geweest. Maar je voelde wel dat in het land dat al maanden door aardbevingen wordt geteisterd, men liever vrolijker evenementen zou willen herdenken dan natuurrampen.Wat is het toch met Italië? Dit bel paese waar levensvreugde ook een diepgewortelde kunst is, maar dat keer op keer door de toorn van loedermoeder natuur wordt getroffen. Twintig jaar geleden maakte ik me klaar om voor het eerst Toscane te bezoeken. Een maand voor ons vertrek werd de streek waar we nu een huis huren door een dodelijke overstroming getroffen. Op 19 juni 1996 rond 13 uur rolden enorme kwantiteiten regenwater van de heuvels en bergen richting zee. Dorpen als Cardoso werden onder een lawine van modder en boomstammen bedolven. Er vielen 14 doden en deze overstroming wordt na die van Florence als de ergste beschouwd die in Toscane is geregistreerd.Intussen ben ik wel wat gewend: ieder jaar schuift wel ergens een stukje berg naar beneden, een zogenoemde frana, die mij soms dwingt de routes van mijn fietstochten te verleggen. Vervolgens zijn hele ploegen met zwaar materiaal maandenlang bezig de bergwanden te beveiligen en de wegen weer berijdbaar te maken. Ook mocht ik de laatste jaren twee kleine aardbevingen meemaken. Maar hoe licht ook die bevingen, je rent op dat moment wel in paniek je huis uit.Een maand geleden bezocht paus Franciscus onaangekondigd het dorpje Amatrice, de meest getroffen plek door de beving die eind augustus 300 slachtoffers maakte. Soms vraag ik me af wat de eerste vertegenwoordiger van God op aarde vindt van het feit dat het juist zijn land is dat in Europa het meest door de woeste natuur wordt geteisterd. Het Vaticaan staat er voorlopig nog, maar hoeveel historische gebouwen als kerken en kloosters zijn niet beschadigd en zelfs vernietigd de laatste jaren?En: mag een paus af en toe ook twijfelen?*Wij danken Sylvain Ephimenco en Trouw voor de toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *