1258 Kringen – 't Scheldt

1258 Kringen

Nee? Zo eentje als oom Henk zal ik nooit worden. Die bezocht zelfs begrafenissen van mensen die hij niet kende, maar waar hij wel gemeenschappelijke kennissen tegen het lijf hoopte te lopen. Het is echter een feit dat ik in de levensfase ben aanbeland, waarin steeds meer tijd voor het bezoeken van uitvaarten dient te worden ingeruimd. Al ligt die van oom Henk zelf alweer ver achter me. Hij was visboer. Zijn oudste zoon sprak bij de kist woorden die mij in het hart raakten. ‘Wat kon die man uitjes snijden’, snikte Jaap. Onvergetelijk.Dat is weer eens wat anders dan J.C. Bloem in ‘Zondag’: ‘Niet te verzoenen is het leven / Ten einde is dit wellicht nog ’t meest: / Te kunnen zeggen: het is even / Tussen twee stilten luid geweest’.Geen misverstand: óók onvergetelijk, en de afgelopen acht dagen twee keer door mijn hoofd geschoten terwijl ik in de aula van een crematorium zat, omdat ermee wordt verwoord hoe ik over leven en dood denk: voor het begin is er niets, na het einde is er niets, alleen tussenin is er iets. Wat ze ook op de kansel of preekstoel en in de heilige boeken beweren.Een hiernamaals? Wie mij zoiets op de mouw wil spelden, moet van betere huize komen. Buiten bleef de wereld goddeloos doorrazen, binnen zat ik, in de aula, de eerste keer vlak over de Belgische grens om de laatste eer aan Marten Fortuyn te bewijzen, zoals dat heet. Hij was wèl uitgeraasd. De waanzin die hem de laatste jaren in een ijzeren greep hield, had plaatsgemaakt voor eeuwige rust. Tot de sprekers behoorde zijn vrouw Jet, wier leven naast hem niet gemakkelijk was geweest. Jet wendde zich tot de kist en zei: ‘Ga daarboven alsjeblieft niet in discussie met je broer’. Die veelzeggende woorden vergeet ik óók nooit meer.En toen die vrouw. Die fantastische vrouw. ‘Ik ben er klaar mee’, zei Tiny twee dagen voor haar aangekondigde dood. ‘Ik verlang er zelfs naar’.

Mag ik je een tip geven: meld je aan bij de Levenseindekliniek’. Ze had het heft in eigen handen genomen toen duidelijk werd dat er niets meer kon worden gedaan: die dag, zo en zo laat, geen discussie meer mogelijk. Haar leven was mooi geweest, ze wilde een passend einde. Geen verdriet, geen tranen en al helemaal geen koffie met cake.Goeie wijn, lekkere hapjes, elders in het dorp: dat moest het worden. Iedereen wilde nog even afscheid van haar nemen, iedereen werd vervolgens door haar opgemonterd. Wat een bewonderenswaardig mens. Zittend in de aula, dacht ik aan mijn laatste bezoek aan Tiny, aan die dichtregels van Bloem en aan de verwerpelijke reactie van de Belgische kardinaal Danneels, acht jaar terug, nadat Hugo Claus het heft eveneens in eigen handen had genomen: ‘Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood’. Brrr.Het houdt niet op, niet vanzelf.
*
Wij danken Rob Hoogland en De Telegraaf voor de toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *