1258 Ephi – 't Scheldt

1258 Ephi

… het signaal krachtig zijn. En als het kan moet de voorbijganger tot een blik vol afgunst worden verleid. Gisteren maakte het Kadaster zijn jongste cijfers bekend: er zijn in augustus ruim een kwart meer verkochte woningen geregistreerd dan in dezelfde maand vorig jaar. Precies 19 975 huizen en appartementen wisselden van eigenaar. Aan het raam van mijn werkkamer kleeft nu ook een schreeuwerige poster: Verkocht.

Na 19 jaar en 2 maanden gaan we het huis aan de singel verlaten Een huis dat we pompeus ‘La maison du bonheur’ waren gaan noemen. ‘Partir c’est mourir un peu’. Ik wist niet dat deze uitdrukking aan de dichtersvingers van de voor mij onbekende Edmond Haraucourt (1856-1941) was ontsnapt. Met de jaren lijken deze woorden in een soort cliché versteend. Toch is de eerste strofe van zijn ‘Rondel de l’Adieu’ de moeite waard: ‘Weggaan is een beetje sterven, Dat is sterven aan wat men liefheeft, Men verliest een beetje van zichzelf in ieder uur en op elke plek’.
Ik ben hier nog niet weg maar mijn stervensproces is met het vullen van de eerste verhuisdozen ingezet en duurt nu een goede maand. Tijdens deze fluweelzachte agonie zijn de nieuwe eigenaren een paar keer langs geweest. Ze zijn jong en hun dochter draagt de naam van keizerin Josephine. ‘We kunnen bijna niet wachten’, hebben ze ons gemaild. In hun kielzog is soms een aannemer, soms een architect te vinden. Ze gaan het herenhuis grondig aanpakken. Ik heb niet om de details van die aanpak gevraagd.
Tot het sterfmoment, de juridische opverdracht bij de notaris, houd ik me vooral bezig met het wegwerken van herinneringen. Ik heb er vele zakken mee gevuld en naar de vuilcontainer gebracht. Af en toe, wanneer een herinnering nog te mooi is om anoniem te sterven, zet ik haar in vol licht naast de container. Een overbodige gitaar, een gelijste spiegel, een tafellamp. Bijna altijd verdwijnt het ding binnen een kwartier. Het is vrij aangstaanjagend hoeveel overbodige materie een huis van 800 kubieke meter en 19 jaar presentie kan herbergen. Ik ben voortdurend bezig stoelen en kasten naar het containerpark te brengen. Soms worden spullen opgehaald.
Op zondag kwamen drie sterke Nederturken de stenen barbecue gratis ophalen. Een man uit Almere de Indonesische tafel. Twee Russische studenten mijn tweede mountainbike. Ik blijf mezelf verbazen: het gemak en zelfs de opluchting waarmee ik afstand van gelukkige jaren kan nemen. Bijna driekwart van de film-dvd’s en de helft van de bibliotheek zijn weggebracht of weggegeven. Zelfs al die oude videocassettes waarop mijn tv-optredens stonden vastgelegd, heb ik aan de vuilnisman toevertrouwd. Als je vertrekt en dus een beetje sterft, zorg dan ook dat er ruimte voor een nieuwe aankomst en wedergeboorte ontstaat.*Wij danken Sylvain Ephimenco en Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *