1249 Hoogland – 't Scheldt

1249 Hoogland

En toch zullen er maandag, op het brede trottoir van de Promenade des Anglais langs de Middellandse Zee, weer de godganse dag joggers heen en weer rennen, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, vogels van diverse pluimage, de een potsierlijk gekleed, de ander strakker dan strak.En toch zal Castel Plage, waar Anton Geesink in de dagen van de Tourstart van 1981 het bedienende personeel verbijsterde door slechts met duim en wijsvinger de kurk van een fles champagne te trekken, dan weer opengaan, net als die andere café-restaurants op het beroemde kiezelstrand.En toch zullen er die dag, op de dagelijkse Marché aux Fleurs, achter de restaurants in de rij oude gebouwen die de kustweg van Vieux Nice scheidt, weer bloemen worden verkocht, wellicht zelfs meer dan normaal omdat men ze bij de plekken zal willen leggen. Daar, op het Cours Saleya, zullen bovendien de wekelijkse antiekmarkt en de talloze terrassen weer opengaan, die ook bezoekers zullen trekken.Nice zal zich, kortom, herpakken. En dat zal elke stad doen, ook na de volgende terroristische aanslag die dáár weer op volgt. Er zal angst zijn, in Nice, zeker in het begin. Iedereen die straks over de Promenade des Anglais wandelt, langs het Negresco Hotel waar in de voortuin dat vrolijke, in primaire kleuren geschilderde Nana-sculptuur van Niki de Saint Phalle staat, zal af en toe denken: stel dat het nu weer gebeurt. Waar moet ik dan heen? Maar die angst zal de levenswil van Nice niet wegnemen. Zoals IS de dood aanbidt, zo aanbidt Nice het leven, gelijk elke beschaafde, westerse stad. Altijd en eeuwig, onvoorwaardelijk, wat er ook gebeurt.De dood is nog nooit overwonnen, dat klopt. Maar het leven ook niet.Natuurlijk sliep ik slecht. Ieder uur wakker, ieder uur smartphone controleren, ieder uur tien doden erbij. Natuurlijk zag ik voortdurend de beelden voor me van de Promenade waar ik tijdens elke vakantie in mijn favoriete streek wel een keer een terras opzoek. Die voortdenderende truck, zigzaggend zoveel mogelijk slachtoffers onder onschuldige feestvierders makend: Hoewel ik de op internet gedeelde filmpjes ervan niet bekeek, beschik ik over genoeg voorstellingsvermogen om te beseffen wat die krankzinnige Tunesische islamofascist achter het stuur op Quatorze Juillet aanrichtte.Natuurlijk voel ik verdriet. Natuurlijk voel ik haat en woede. Ik ben ook maar een mens. Twee jaar terug, in november 2014, verstuurden Franse IS-terroristen via hun kanalen deze opdracht aan hun volgelingen: ‘Vermoord ze, spuw ze in hun gezichten, rijd over ze heen met je auto’. Dat is nu gebeurd en probeer daar maar eens nuchter onder te blijven.Steeds sneller, echter, keert het besef bij me terug dat we, ondanks de wetenschap dat we hier nog vele jaren mee zullen worden geconfronteerd, niet kapot zijn te krijgen.Aanbidden jullie de dood maar, klootzakken. Wij zeggen: leve het leven.*Wij danken Rob Hoogland en De Telegraaf voor hun toelating tot overname de column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *