1241 Pr Korbo – 't Scheldt

1241 Pr Korbo

Vooreerst was er het constitutionele neutralisme en isolationisme alsook het algemene pacifisme (nou ja…) van de doorsnee Amerikaanse ‘citizen’, waarvoor Wilson de Bijbelvaste verpersoonlijking was.De samenstelling van de bevolking had nog bepalender kunnen zijn voor een ander verloop: 28 % was van Duitse oorsprong, daarnaast 3 miljoen (Jiddisch-Deutsch sprekende) Russische Joden die het pogrom-tsarenrijk waren ontvlucht. Tienduizenden van hun stamgenoten vochten als Vrijwilligers in het Duitse leger, terwijl in Engeland de anti-Joodse perscampagnes dagelijkse kost waren (over de Duits-Joodse identificatie zie deel 5).Drie miljoen Ierse immigranten van hun kant volgden gepassioneerd de (door de Duitsers gesteunde) vrijheidsstrijd in hun moederland, nog aangewakkerd door de PAASOPSTAND in 1916, wat de populariteit van de ‘bloody British’ niet echt ten goede kwam.Tot in de senaat en het congres toe bestond er in Amerika veeleer sympathie voor Duitsland en er was ook geen reden voor het tegendeel, noch historisch, noch economisch, noch geopolitiek of militair-strategisch.Dat lag wel even anders met het Britse Rijk. Reeds van vóór de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog was de relatie met Londen beladen met wantrouwen, rivaliteit en erger. En het zou er niet op verbeteren.Zo kwam tijdens de Brits-Franse oorlog (Napoleon) de Amerikaanse zeehandel in woelig water terecht tussen de bakkeleiende partijen, waarbij vooral de Royal Navy het nuttige aan het aangename paarde door Amerikaanse handelsschepen te plunderen, in beslag te nemen en/of de bemanningen te ontvoeren. Hierop ontstond de oorlog van 1812-1814 met als inzet het bezit van Canada en waarbij de jeugdige Amerikaanse onafhankelijkheid aan een dun draadje kwam te hangen. De vrede werd te Gent gesloten, maar Yankees en Tommies zouden elkaar blijven haten.Ondertussen was heel het Spaanse koloniale rijk in Midden- en Zuid-Amerika uiteen aan ’t vallen in staatsgreep-republieken. De Britse zakenwereld, geïnstalleerd op de eerste rij in (Portugees) Brazilië, volgde dat spektakel aandachtig om geen momentum te missen tot batig hulpbetoon aan behoeftige revolutionairen.Een achterdochtig geworden Amerikaanse president Monroe plaatste daarop (1823) zijn Doctrine ‘Amerika aan de Amerikanen’ als een schot voor de Britse boeg.Wat hij dan ook moge verstaan hebben onder ‘Amerikanen’ (wellicht niet de autochtonen…) het betekende in alle geval gàns het continent als Yankee-Lebensraum. Voor de Londense City een schandelijke inbreuk op hun dierbare ‘Balance of Power’ en de strijd om de Zuid-Amerikaanse markten is nooit meer gestopt.Als in 1861 de Amerikaanse burgeroorlog uitbrak steunden de Engelse textielmagnaten de Zuidelijken (=katoenleveranciers) met honderden miljoenen dollars en kaperschepen om de marine barrières van de Noordelijken te omzeilen, zolang de krijgskansen gunstig stonden.Door het inpikken van half Mexico (1846-1848) en de territoriale buit uit de oorlog met Spanje (1898) hadden de V.S. het zelf tot imperialistische instelling geschopt (in zoverre ze dat niet reeds van nature waren…). Vanzelfsprekend kwamen ze daarbij met de regelmaat van de scheepsklok in aanvaring met ‘Brittania, rule the waves’ over de vrije handel ter zee.Hoezeer de spanningen opliepen tussen beide Angelsaksische rijken getuigt de uitlating van president Theodore Roosevelt (1901-1909) in een brief aan senator Cabot-Lodge: ‘Laat de strijd maar beginnen als het moet. Het maakt mij niet uit dat onze kust dan gebombardeerd zal worden, wij zullen dan Canada nemen!’Vanaf 1904 (tot in 1917) zou die sfeer nog aanzienlijk ‘opwaarderen’. De Engelse Lord Cowdray had zich ingekocht in de Mexicaanse petroleumwinning die de belangrijkste leverancier werd voor G.B.. Dit leidde tot een letterlijk sluipende petro-guerrilla-oorlog tussen het Amerikaanse Standard Oil en de Britse Shell, met alles erop en eraan zoals het hoort: sabotage, wapensmokkel, staatsgrepen, moord en doodslag. Weliswaar via hun respectievelijk favoriete plaatselijke bendeleiders/dictators.Er kwamen evenwel geen veldtochten of zeeslagen aan te pas, wel integendeel nieuwe internationale regels voor vrije koopvaardij, óók bij oorlog (conventies van Den Haag 1907, Berlijn 1908 en Londen 1909). Voortaan ‘Fair Play’… die als W.O. I uitbreekt vrijwel onmiddellijk door Londen over boord wordt gekieperd! Compleet wederrechtelijk wordt een algemene zeehandelsblokkade tegen Duitsland afgekondigd (officieel op 11/2/1915) en de Royal Navy veroorlooft zich naar aloude traditie beslag te leggen op schepen, goederen en post. Eventueel worden ook passagiers ontvoerd. Zeg maar zeeroverij.De Amerikaanse rederijen en business-sector konden daar niet echt mee lachen, vooral niet als er in juli 1916 ook een embargo bijkwam: Londen publiceerde een ‘blacklist’ met 1500 ‘foute’ firma’s die commercie onderhielden met ‘The Huns’.Washington, steeds pisnijdiger, vond het nu welletjes en het congres stemde speciale bevoegdheden voor de president om het ‘Perfide Albion’ krachtdadig op zijn nummer te zetten. Wilson gaf hierop instructie tot het op stapel zetten van een nieuwe vloot van 137 U.S.-Navy eenheden om de Royal Navy de loef af te steken.Londen in de wiek geschoten dreigde zowaar met de verbreking van de diplomatieke – en handelsbetrekkingen!Toch kwam het ook nu niet tot zeegevechten tussen de Angelsaksische broeders want per slot van rekening was de Amerikaanse zakenwereld de belangrijkste leverancier van goederen, oorlogsmateriaal en… leningen aan Engeland.Geef toe, gezien al het voorgaande waren er voor Uncle Sam meer fysieke redenen om in de clinch te gaan met John Bull in plaats van met de Fritz.‘A la guerre comme à la guerre’ maar de Britse blokkade betekende op lange termijn de uithongering van Teutonië en het enige doeltreffende Duitse antwoord hierop was de Britten eenzelfde broek aanmeten met ’n U-Boot-contrablokkade.Over die duikbootoorlog is een blijvende indruk verwekt dat de Kriegsmarine zich daarbij op zijn minst vergrepen heeft aan het internationaal recht, ondanks verklaringen van het tegendeel uit diverse onverdachte hoeken. Zo b.v. in een rapport van het Amerikaanse staatsdepartement: ‘De onderzeecampagne van de Duitsers werd gevoerd in overeenstemming met de maritieme regels en de beloften van Berlijn’.Na de (rechtmatige) torpedering van de Lusitiana stelde Berlijn vergeefs voor de duikbootoorlog stop te zetten in ruil voor het (ook door de V.S. gewenste) herstel van de vrije koopvaardij. Vervolgens werd beslist de inzet van het duikbootwapen te onderwerpen aan strikte beperkingen om mensenlevens te sparen.Veel Britse handelsschepen – varend onder Amerikaanse vlag – waren echter met artillerie bewapende ‘Hulpkruisers’ (zoals de Lusitiana) die van ‘The First Lord of the Admiralty’ Winston Churchill himself het bevel kregen de U-boten aan te vallen en eventuele overlevenden af te maken. Wat ook gebeurde. Daarop werd 18 maand lang de Duitse onderzeevloot op non-actief gezet (sept. 1915).Nadat in december 1916 nog een zoveelste Amerikaans vredesvoorstel door de geallieerden was afgeschoten kondigde Duitsland op 1 februari 1917 de totale U-Boot Krieg af… met voorbehoud van uitgetekende veiligheidscorridors voor neutrale (=Amerikaanse) schepen.Desondanks verbrak Washington twee dagen later de diplomatieke betrekkingen met Berlijn, kort daarop kwam de instructie tot bewapening van de Amerikaanse koopvaardijvloot en op 6 april volgde dan de oorlogsverklaring aan Duitsland (en Oostenrijk).

De beschaving redden dus met ‘een misdaad tegen de beschaving’!…De ongerijmdheid van deze oorlogsverklaring door een president wiens herhaaldelijke vredesvoorstellen steeds weer enkel door Duitsland werden verwelkomd is slechts overtroffen door de verbazende domheid van de Duitsers om hun belangrijkste wapen anderhalf jaar lang op ’t schap te zetten.Zo mogelijk nog straffer is wel dat iedereen die humanitaire ‘loopbaanonderbreking’ als normaal beschouwt… voor een natie die als bloeddorstiger en barbaarser dan de HUNNEN stond aangeschreven in de anti-Duitse propaganda.De hervatting van de duikbootactiviteiten wordt doorgaans als belangrijkste (na het LUSITANIA-incident) aanleiding gezien voor de Amerikaanse oorlogsverklaring. Maar ook die veronderstelling is onderhevig aan twijfels.Zo valt lezen in de ‘Times Literary Supplement’ van 4 januari 1957 bij een boekbespreking van een werk van historicus GEORGE F. KENNAN:We weten nog steeds niet precies waarom Wilson nu eigenlijk het historisch geladen besluit nam de Verenigde Staten van Amerika aan de eerste wereldoorlog te doen deelnemen’.VAVA

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *