1234 HOOGLAND – 't Scheldt

1234 HOOGLAND

… Het is alweer een jaar of acht geleden dat dit voorvalletje plaatsvond, maar ik neem aan dat er sindsdien niet veel is veranderd.

Er is zoveel niet veranderd in België. Ook nu Wallonië niet meer de economische voortrekkersrol speelt, blijft Frans de spreektaal van de Vlaamse gegoede burgerij. Luister ook eens naar Jacques Brel, die zichzelf een Franstalige Vlaming noemde. Ik wil er maar mee zeggen: het gaat er bij onze zuiderburen nogal ingewikkeld aan toe. Dat was in 1830 al zo, toen België zich losmaakte van het Nederland van de autoritaire Willem I. En dat is 186 jaar later nog zo. Eensgezindheid is de Belgen als volk vreemd. Wat ze federaal ook proberen, onderling wantrouwen en vijandigheid horen er op de lagere bestuurlijke niveaus bij zoals een laag schuim bij een bolleke Leffe Triple. De taalverschillen spelen daarbij een grote rol, net als de hierboven geschetste klasseverschillen, die óók door een taalgrens worden bepaald.
Nu zou zo’n land nog redelijk kunnen functioneren wanneer er geen calamiteiten zouden plaatsvinden. Maar er vinden wél regelmatig calamiteiten plaats. De Bende van Nijvel, het Heizel-drama, het CCC, de Dutroux-affaire: ze kwamen en ze gingen, maar ze gingen nooit nadat duidelijk was geworden dat de Belgische overheidsdiensten die zich ermee bezig hielden slecht en soms zelfs helemaal niet samenwerkten. Daarna werden, vooral bij de politie en justitie, veel diensten samengevoegd en gestroomlijnd. Maar helaas hebben de aanslagen van vorige week in Brussel aangetoond dat de coördinatie hier en daar nog altijd een zooitje is, en dat daar nog vaak taalbarrières aan ten grondslag liggen. Het had voorkomen kunnen worden, lees ik steeds. Ik vreeds dat het in dit geval wel eens zou kunnen kloppen. Twee berichten van de week. ‘Sommige medewerkers van het luchthavenpersoneel stonden te juichen na aanslagen in Parijs’ ‘Nog minstens 50 IS-sympathisanten werken op Zaventem’. Daar dus. Op die plek. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat die gasten, meestal in het bezit van een strafblad, daar een baan kunnen vinden. Een paar weken geleden stak ik vanaf Kanne, direct over de grens onder Maastricht, de brug over het Albertkanaal over. In Kanne spreekt men Nederlands. Maar pal over de brug? ‘On parle français ici’. De Voerstreek, ziet u. Niet zo fanatiek meer als vroeger, maar toch. België is en blijft een verscheurd land.
*
Wij danken Rob Hoogland en De Telegraaf voor de toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *