1188 Ephi – 't Scheldt

1188 Ephi

Rebellie tegen de heersende stroming kent vele gezichten. Een van de mooiste voorbeelden uit de moderne literatuur vond ik in mijn adolescentietijd in de roman ‘Fahrenheit 451’ uit 1953 van de Amerikaan Ray Bradbury (later door François Truffaut verfilmd). Het verhaal speelt zich af in de 24ste eeuw wanneer boeken niet meer worden gelezen en worden verboden of verbrand. De rebellen uit Fahrenheit leven in het bos en plegen hun verzet door zich in lopende bibliotheken te transformeren: ieder van hen leest en leert een heel boek uit zijn hoofd.

Wat zouden deze lopende bibliotheken, mochten ze hier rondlopen, voor verzet plegen in dit prille begin van de 21ste eeuw? Ik zou ze adviseren om ostentatief, voor zover je dit woord hier kunt gebruiken, hun smartphone diep in hun jaszak te laten rusten zodra ze de openbare ruimte betreden. Mij zouden ze aan hun zijde vinden, omdat ik sinds kort een groeiende aversie ben gaan koesteren tegen het gebruik van smartphones in het openbaar.Ik heb niets tegen de moderniteit en zeker niets tegen de vele schermen die ons omringen en ons in kennis en genot zo vooruit helpen. Maar mijn gevoel zegt me dat we nu aan het muteren zijn en als mutant zijn we flink op weg naar desocialisatie.Het gebeurde maanden geleden, toen ik in de Rotterdamse metro stapte. Hoe kun je je reistijd optimaal doden in het openbaar vervoer? Ik greep naar mijn smartphone en begon de toekomstige peesontsteking van mijn duim alvast te voeden. Tot ik merkte dat het gros van de passagiers hetzelfde deed. Al die gebogen hoofden in stilte verzonken, met een gespannen nek die op de genadeslag van een virtuele beul leek te wachten. Alsof dit schermpje van 4 of 5 inch de ambulante Berlijnse muur van ieder individu was geworden. Anno nu komt dankzij een apparaatje van nog geen 150 gram het menselijk contact te vervallen. Niet dat het openbaar vervoer de best aangewezen plek is om met elkaar te bomen.Maar ook al worden er in trein, bus en metro weinig woorden gewisseld, visueel contact, vluchtig geworpen blikken gaven vroeger nog het gevoel deel te zijn van een reizende gemeenschap. Maar met de aandacht slurpende smartphone is de moderne reiziger een eenzaam brok afzondering geworden. Zeker wanneer twee draadjes uit het apparaatje naar je kop muzikaal meanderen om alle andere externe geluiden uit je trommelvliezen te houden. Ogen en oren vol megabytes en decibels, vingertopjes op het aanraakscherm geplakt, voorhoofd naar de puntjes van de schoenen gebogen, er kunnen een paar doden in het coupé vallen, je zult bijna niet opmerken.Volgens recente studies zal in de toekomst onze homo smartphonus door tal van pijntjes worden geplaagd: een nek, schouders, rug, pols of ellebogen. Dat komt door het gebogen smartphonehoofd dat een druk op je nek geeft van 25 kilo. Eigen schuld. Tegenwoordig laat ik op straat, winkel, café en metro uit rebellerende principes mijn smartphone onaangeroerd. Ik heb dan alle tijd om naar mutanten te kijken die mijn aanwezigheid niet meer opmerken.***Wij dank Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor toelating tot overname van deze column.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *