1170 Ephi – 't Scheldt

1170 Ephi

Het gebeurde een tijdje terug. Ik las en herlas het stukje en viel in de diepste existentiële crisis waarin een columnist kan vallen. Het was niet mijn stukje, maar dat van een collega en het stond in een nationaal ochtendblad. Daarin hekelde mijn confrater de heilige status die meningen hebben gekregen in onze samenleving. Ook fulmineerde deze collega columnist tegen de onzichtbare dwang van zijn omgeving, en dat zijn meestal de lezers, om hem kostte wat kost tot een standpunt te verplichten.Was hier sprake van zelfhaat, vroeg ik me af? Walgde deze spijtoptant zo van zichzelf? Toen sloeg ook bij mij de existentiële crisis toe. Ik begon te twijfelen of dit beroep wel eerbaar was: drie keer per week je mening willen dumpen in een kadertje met foto, voortdurend met opinies bezigzijn, je standpunten aan anderen opdringen. En was dit wel een natuurlijk proces, eerlijk en authentiek? Ik probeerde te achterhalen hoe het zover had kunnen komen en kwam vanzelfsprekend bij oma Carmen terecht.Mijn grootmoeder had een zesde zintuig en was waarschijnlijk de eerste die doorhad wie ik was en, wat ik later zou worden. Om dit duidelijk te maken had ze voor mij twee bijnamen verzonnen. De eerste in het Spaans, de tweede in het Frans.Oma Carmen noemde me in het Spaans ‘el abogado’, de advocaat. Op zich een soort compliment. Maar de tweede bijnaam die ze mij gaf, in het Frans dit keer, klonk minder vleiend: ‘fouille-merde’. Letterlijk ‘hij die in stront wroet’, wat eigenlijk staat voor bemoeial of steekneus. Ik was amper zes of zeven jaar en, al bezig over alles wat ik hoorde of zag mij een oordeel te vormen. Daarvoor volgde ik met aandacht de gesprekken van volwassenen om me heen, ik probeerde de woorden van grote mensen te ontcijferen, te doorgronden. Was het maar bij dat stiekem beluisteren gebleven!Maar nee, ik ging me inmengen, ik interrumpeerde, stelde vragen, en helaas begon deze wijsneus ongevraagd zijn mening te dumpen: ‘Zeg eerlijk mama, eigenlijk heb je een hekel aan je broer’. Ik was van alle markten thuis, moest en zou per se iets zeggen over de lelijke streek van oom Jean-Pierre of de bruiloft van tante Tounette. Diepe zuchten bij de grote mensen: daar heb je hem weer.Het is niet anders maar mijn carrière als columnist begon in mijn kleutertijd en stoelde op twee kernbegrippen: ‘abogado’ en ‘fouille-merde’. Formuleren en participeren dus. Eigenlijk is dit wel geruststellend. Zo kwam ik erachter  dat meningsvorming geen gekunstelde of strategische pose is. Het is de aangeboren afwijking van de dwangmatige bemoeial.Iedere ochtend sta ik tussen 5 en 6 uur op. Kranten op de iPad, nieuws op tv. En om zeven uur begin ik mijn mening te vormen terwijl ik met mijn vuist op tafel sla, of hier of daar een traan laat. Of ze nu door woede of verdriet worden gedragen, de meningen vloeien als kraanwater door mijn hoofd.En geen hond in mijn omgeving die me naar een standpuntbepaling hoeft toe te blaffen.***Ahmed Aboutaleb, rasopportunistDe laatste keer dat ik Ahmed Aboutaleb ontmoette, was een jaar of zeven geleden bij een kop koffie in Amsterdam. Een onderonsje, op zijn verzoek, om de strijdbijl uit een vroegere oorlog eindelijk te begraven. Jaren later zou hij monter beweren dat hij het was die mij toen had ‘ontdekt’.Ik weet nog hoe Ahmed me toevertrouwde dat hij nog steeds niet kon geloven dat hij het maatschappelijk zover had geschopt. Dankbaar was hij, de Marokkaanse immigrant uit Beni Sidel die als kind in een huis zonder ramen, elektriciteit of stromend water was opgegroeid. Nu is de burgemeester van Rotterdam door Elsevier tot ‘Nederlander van het jaar’ gekozen. Het weekblad vindt dat Aboutaleb een toegewijde burgemeester is, die niet bang is zijn mening te geven. Absoluut waar. En dat hij met de Markthal en het nieuwe CS Rotterdam op de wereldkaart heeft gezet. Nu vind ik beide objecten prachtig maar om te doen alsof onze ‘Abou’ tot aan zijn ellebogen in het cement heeft gezeten, is nogal overdreven. Beide projecten begonnen vanaf 2004 vorm te krijgen toen Ivo Opstelten burgemeester was. Aboutaleb mocht pas in januari 2009 zijn ambtsketen dragen.Rotterdamse penHet schiet me nu te binnen dat de eerste keer dat ik Ahmed ontmoette in 1990 was, bij een RTL4-ochtendprogramma dat mij had uitgenodigd en waar hij aan meewerkte. Jaren later zou hij monter beweren dat hij het was die mij toen had ‘ontdekt’. Een vrolijke dosis opportunisme kan die charmante Abou niet worden ontzegd. Ik vraag me nu zelfs af of dat verzoeningstreffen destijds in Amsterdam niet bedoeld was om een onvriendelijke Rotterdamse pen alvast onschadelijk te maken op weg naar de Coolsingel. Wat rest is dat de boodschap van de Rotterdamse burgemeester inderdaad exemplarisch is. Dat wil zeggen moedig, politiek incorrect en glashelder. Denk bijvoorbeeld aan zijn signaal aan Rotterdamse kandidaten voor de jihad: ‘Ga maar en kom vooral niet terug’.Aan zijn steun voor die moslima die vanwege haar wijnbar bedreigd werd. Of aan die jonge Marokkanen die zich op de arbeidsmarkt gediscrimineerd voelen maar die weigerden in de bus te stappen waarmee hij ze langs bedrijven wilde laten toeren (honderden van hen vonden het beter om in bed te blijven, zegt hij in Elsevier). Een krachtige bestuurder is Abou wel.IngebeuktMaar Ahmed Aboutaleb is ook iemand met vele gezichten en je vraagt je soms af of dit dezelfde man is die jaren terug, als directeur van instituut Forum, precies de tegenovergestelde richting volgde, die van het eeuwige slachtofferschap. De man die vond dat ‘Moslims mogen zeggen dat ze de aanslagen van 11 september steunen’ en geen afstand van Al-Qaida hoeven nemen (zie nu zijn standpunt over IS). De man die allochtonen wijsmaakte dat op hen ‘werd ingebeukt’. De man die een zaal vol jonge Mocro’s opzweepte door te verkondigen dat ex-moslima Hirsi Ali ‘in haar eigen nest had gepist’. En ook de man die in 2002 Nederland, ‘het land waar ‘nooit meer Auschwitz’ nog steeds nagalmde‘, waarschuwde voor die nieuwe kale Hitler in maatpakken. Natuurlijk is de talentvolle Aboutaleb een rasopportunist.

Maar in een opportunistische stad als Rotterdam is hij de juiste man op de juiste plek.***Wij danken Sylvain Ephimenco en Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *