1163 KA – 't Scheldt

1163 KA

Het is 11 november 1918. De gehate Duitse troepen verlaten Brussel nadat de geallieerden de oorlog gewonnen hebben. De koning (Albert), die bij zijn troepen aan het front gebleven was, rijdt in triomf de hoofdstad binnen. De mensen zijn blij. Toch is de nieuwe regering mild. Gouverneurs, burgemeesters, advocaten, rechters, hoogleraren, industriëlen, iedereen die wel een reden had om met het regime van keizer Wilhelm samen te werken, mag op post blijven.

Dit verzoenend beleid tegenover de vroegere col-laborateurs blijkt na een tiental jaren succesvol te zijn. Er is wel een Duitsgezinde oppositie maar overal in de instellingen hebben de koningsgezinden de overhand. De pers is vrij en daar maken de opposanten dankbaar gebruik van. De sfeer wordt stilaan grimmiger, mede door een slechte oogst en de economische crisis van 1933.
Vijftien jaar na de bevrijding breken in Brussel relletjes uit. De Duitslandgetrouwen ondergaan nu de invloed van de gebeurtenissen in Berlijn. Zij nemen de gewelddadige tactieken van hun Duitse broeders over. Het zijn vooral Duitse militairen, veteranen, deserteurs en avonturiers allerhande die zich in de strijd mengen. De leiders zijn vooral oud-militairen uit het Duitse keizerlijke leger. Een Duitse generaal zorgt voor de financiën; hij betaalt knokploegen om rel te schoppen. Niemand wil oorlog maar het leger en de rechterlijke macht slagen er niet in de overheidsgebouwen en de eigendommen van de mensen tegen bezettingen en plunderingen te beschermen. Meer dan zeshonderd soldaten worden gedood, vooral door sluipschutters. In verschillende steden worden burgerwachten opgericht maar die komen vaak ook in handen van de opstandelingen. In weerwil van de gematigde opposanten, willen radicale Duitsgezinden een staatsgreep plegen.Léon Degrelle trekt met 300 gewapende Walen vanuit Luik naar de hoofdstad. Het liefst willen zij een ‘hereniging’ met Duitsland maar dat zouden de Engelsen niet toelaten. De koning blijft de relmakers onderschatten en het leger wil geen bloedvergieten. In Brussel wordt een Voorlopig Bewind uitgeroepen, dat in eerste instantie door Duitsland erkend wordt, en dat uiteindelijk, twee jaar later, door een directe aanval van het Duitse leger op Antwerpen militair de overhand krijgt. Toch moet het nieuwe regime nog jarenlang de verkiezingen manipuleren omdat de voorstanders van een terugkeer naar de oude tijd die verkiezingen overal en telkens opnieuw winnen. Uiteindelijk verliezen de koningsgetrouwen het pleit doordat de meeste van hun verkozenen te trots zijn om in de instellingen van het nieuwe regime mee te werken. Zij zijn ook té geïntimideerd door een grondige epuratie en een niet aflatende repressie van de nieuwe Duitsgezinde machthebbers.
Een vreemd verhaal, zult u zeggen?
Wel, het is zo gebeurd, maar dan honderd jaar eerder. Hier volgt het verhaal opnieuw, met maar een paar kleine aanpassingen.
Het is 18 juni 1815. De gehate Franse troepen verlaten Brussel nadat de geallieerden de oorlog gewonnen hebben. De koning (Willem) en zijn zoon, die aan het front bij Waterloo gewond was, rijden in triomf de hoofdstad binnen. De mensen zijn blij. Toch is de nieuwe regering mild.
Gouverneurs, burgemeesters, advocaten, rechters, hoogleraren, industriëlen, iedereen die wel een reden had om met het regime van keizer Napoleon samen te werken, mag op post blijven. Dit verzoenend beleid tegenover de vroegere collaborateurs blijkt na een tiental jaren succesvol te zijn. Er is wel een Fransgezinde oppositie maar overal in de instellingen hebben de koningsgezinden de overhand.
De pers is vrij en daar maken de opposanten dankbaar gebruik van. De sfeer wordt stilaan grimmiger, mede door een slechte oogst en de economische crisis van 1830. Vijftien jaar na debevrijding breken In Brussel relletjes uit. De Frankrijkgetrouwen ondergaan nu de invloed van de gebeurtenissen in Parijs. Zij nemen de gewelddadige tactieken van hun Franse broeders over. Het zijn vooral Franse militairen, veteranen, deserteurs en avonturiers allerhande die zich in de strijd mengen. De leiders zijn vooral oud-militairen uit het Franse keizerlijke leger.
De Franse generaal La Fayette zorgt voor de financiën; hij betaalt knokploegen om rel te schoppen. Niemand wil oorlog maar het leger en de rechterlijke macht slagen er niet in de overheidsgebouwen en de eigendommen van de mensen tegen bezettingen en plunderingen beschermen. Meer dan zeshonderd soldaten worden gedood, vooral door sluipschutters. In verschillende steden worden burgerwachten opgericht maar die komen vaak ook in handen van de opstandelingen. In weerwil van de gematigde opposanten, willen radicale Fransgezinden een staatsgreep plegen.
Charles Rogier trekt met 300 gewapende Walen vanuit Luik naar de hoofdstad. Het liefst willen zij een ‘hereniging’ met Frankrijk maar dat zouden de Engelsen niet toelaten. De koning blijft de relmakers onderschatten en het leger wil geen bloedvergieten.
In Brussel wordt een Voorlopig Bewind uitgeroepen, dat in eerste instantie door Frankrijk erkend wordt, en dat uiteindelijk, twee jaar later, door een directe aanval van het Franse leger op Antwerpen militair de overhand krijgt. Toch moet het nieuwe regime nog jarenlang de verkiezingen manipuleren omdat de voorstanders van een terugkeer naar de oude tijd die verkiezingen overal en telkens opnieuw winnen. Uiteindelijk verliezen de koningsgetrouwen het pleit doordat de meeste van hun verkozenen te trots zijn om in de instellingen van het nieuwe regime mee te werken. Zij zijn ook té geïntimideerd door een grondige epuratie en een niet aflatende repressie van de nieuwe Fransgezinde machthebbers.
(Enkele bijna letterlijke passages uit het boek van Els Witte * Het verloren koninkrijk, het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie * uitgeverij De bezige Bij Antwerpen, 2014, 687 p.)els witte

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *