1161 Act II – 't Scheldt

1161 Act II

… daar over Rob van Roosbroeck (1898 – 1988) tot nu toe weinig werd geschreven niettegenstaande hij een belangrijke invloed uitoefende op het Vlaamse historische bewustzijn. Nochtans blijven, ook na het lezen van ‘Rob van Roosbroeck en tijdgenoten’ nog heel wat vragen open zoals bijvoorbeeld omtrent zijn ‘wende’ van pacifistisch antikapitalist tot nazi-sympathisant. Dit is echter niet zo verwonderlijk daar de man er altijd zelf, in woord en geschriften, vrij duister over bleef: ontgoocheling over het gebrek aan samenwerking binnen de Vlaamse Beweging, liefde voor Vlaanderen en trouw aan zijn weggenoten, was het enige wat Van Roosbroeck er ooit over kwijt wilde.
Ook vrij onduidelijk is mij de ondertitel van het boek Het verdriet van Vlaanderen en waar deze op slaat?Het bewogen, tumultueuze leven van Van Roosbroeck schetsen in enkele alinea’s, is niet mogelijk. Ik ga me dan ook beperken tot de hoofdlijnen. Wie meer over de interessante figuur wil weten, raad ik ten stelligste aan het boek van Van Nimmen te lezen. Het is helder en toegankelijk geschreven – de massa namen van ‘tijdgenoten’ moet u er natuurlijk bijnemen -, niet opgevat als een hagiografie maar ook geen aanklacht. Storend zijn  wel de vele germanismen, gallicismen en archaïsmen waarvan de schrijftaal van de auteur is vergeven. Niemand gevonden die ze er kon uithalen?Geboren in Antwerpen uit een Oost-Vlaamse familie komt de jonge Van Roosbroeck al tijdens zijn onderwijzersopleiding terecht in flamingantische kringen. Hals over kop stort hij zich, met woord en daad, in het activisme wat hem einde 1918 – de oorlog is gedaan – zijn een jaar eerder gekregen aanstelling als leraar zal kosten. Ook zijn diploma wordt nietig verklaard.
Geenszins bekoeld door deze sancties is echter zijn engagement voor Vlaanderen. In 1920 staat hij mee aan de wieg van de Frontpartij, de nieuwe Vlaamse politieke partij. Vijf jaar later zal hij ‘cum laude’ het humaniora staatsexamen afleggen en als deeltijds student de studie geschiedenis aanvatten aan de Leuvense Universiteit. Zijn toenmalig uitgesproken pacifisme, zijn zin voor sociale gerechtigheid en zijn politiek engagement hebben hem intussen ook naar de zogenaamde Clarté-beweging van de Franse literator Henri Barbusse gestuwd.Enkele bijdragen van Van Roosbroeck over de Vlaamse toestanden vinden in die periode hun weg naar een paar gelijkgestemde Duitse tijdschriften… In de jaren dertig ontpopt Van Roosbroeck zich niet alleen als historicus – met een bijzondere belangstelling voor de 16de en 17de eeuw – maar ook als voordrachtgever (Volkshogeschool Herman Van den Reeck) en opiniemaker (journalist van ‘Volk en Staat’).
Haast ontelbaar zijn de geschriften – in alle vormen – die in Vlaanderen, Nederland en Duitsland van zijn hand verschijnen, eerstrelend het hoofdredacteurschap van de zesdelige ‘Geschiedenis van Vlaanderen’ dat hem wordt aangeboden. Onder zijn goede vrienden rekent hij Wies Moens, Ward Hermans, Herman Vos...In zijn denken heeft zich intussen wel een grote ommekeer voorgedaan. Lag het aan de door hem steeds scherp veroordeelde verdeeldheid in Vlaamse rangen? Aan het mislukken van zijn Groot Nederlands streven? Aan zijn contacten die hij tijdens een met een Staatsbeurs betaald verblijf in Duitsland had gelegd?
Feit is dat de tot dan links georiënteerde Van Roosbroeck plots de verschuiving maakt naar uiterst rechts en sympathie gaat opvatten voor het nationaal-socialistische gedachtengoed van ene Adolf Hitler. De degelijkheid van de academische wereld, later ook de eerste economische en sociale verworvenheden van het nazi-regime maken indruk op hem. Deze ‘wende’ naar een radicaal pro-Duitse houding bereikt zijn hoogtepunt in nazomer van 1940 wanneer hij zich aansluit bij DeVlag en lid wordt van de SS-Vlaanderen. Nu worden hem hoge functies aangeboden – professor in Gent, scholingsleider van de SS, oorlogsschepen van Onderwijs in Antwerpen e.a. – die hij gretig aanvaardt. ‘Zijn liefde voor Vlaanderen en wrok tegen het Belgisch bestel hebben hem in de maalstroom terecht gebracht van de nationaal-socialistische waanzin en hem, totaal verblind, in het hopeloze avontuur van de Landsleiding gestort. Ambitie en eerzucht zullen natuurlijk ook wel een rol gespeeld hebben’. noteert Van Nimmen.Na de Bevrijding wordt Van Roosbroeck, net als DeVlag leider Jef Van de Wiele, bij verstek ter dood veroordeeld. In 1947 zoekt en vindt hij een onderkomen in Nederland waar hij tot zijn dood (mei 1988) zal blijven, tot 1954 illegaal, van dan af als stateloos burger na zich gemeld te hebben bij de autoriteiten. Een genadeverzoek dient hij niet in: hij erkent de Belgische justitie niet. Van 1968 mag hij echter wel weer zijn geboorteland bezoeken, telkens mits goedkeuring van de overheid. In zijn levensonderhoud voorziet Van Roosbroeck door te schrijven, veel te schrijven, eerst anoniem of onder schuilnaam, van in de jaren zestig weer onder eigen naam. Zijn geschriften vinden vooral hun weg naar Duitsland (waar hij in academische kringen een stevige reputatie opbouwt) maar ook in damesbladen (zoals Libelle) duiken ze op.
Grote steun krijgt hij  van de Norbertijnen van Averbode (hij is de auteur van meer dan 20 Vlaamse Filmkes) en Tongerlo, van Maurits Naessens (Mercatorfonds), Walter Kunnen (Europa Eén), Jozef van Overstraeten (VTB) e.a.Eenmalig waagt hij zich ook aan een roman (‘Truie van het Tolhuis’)… Wanneer einde jaren zestig de reeks ‘Twintig eeuwen Vlaanderen’ wordt opgezet, wordt hij aangewezen als coördinator en in 1978 wordt hem de erepenning van de Nederlandse Cultuurgemeenschap in Vlaanderen (voorloper van het Vlaams Parlement) toegekend.Tot aan zijn dood blijft Van Roosbroeck zijn oude vrienden uit de collaboratie trouw. Zelf blijft hij stug zwijgen over zijn verleden (wijst interview met Maurice Dewilde af!) en weigert hij de gruweldaden van het naziregime volledig onder ogen te zien. Een leemte in de biografie van Van Nimmen is zonder twijfel dat er weinig of niets in te lezen valt over de gezinssituatie van Van Roosbroeck. Als compensatie dist de auteur wel een aantal smeuïge details op. Zo bv. dat Van Roosbroeck in de jaren vijftig fungeerde als ghostwriter voor zijn vroegere ‘baas’ Leo Delwaide (oorlogsburgemeester)Armand van Nimmen * Rob van Roosbroeck en tijdgenoten *
Uitgeverij Academia Pres
s * 449 p * 35 euro * ISBN 978 90 3822 278 3.
Katelijne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *