1153 Manten – 't Scheldt

1153 Manten

Het is als tekenaar bij het onvolprezen ’t Scheldt niet normaal dat ik om een artikeltje word verzocht over een reus zoals Toots Thielemans. En dan nog als oud-leerling van het Saint-Luc in de palaaizenstroet in Schoerbeik, waar ik mijn diploma heb behaald. Zoals het een vlaamstalige student toentertijd paste zat ik meer in de ‘marollenwijk’ dan ter studie op mijn kot. Wat mij daar bijzonder opviel?

Wel, de ongelooflijke gemoedelijkheid en onderlinge verstandhouding, zowel als het soms hoogoplaaiend gekrakeel dat nu en dan deel uitmaakte van de daar alledaagse ‘savoir vivre’.Bijzonder ‘oep d’ aa mét’ (markt). Het is daar dat ik (en veel van mijn medestudenten) voor het eerst den Toots heb ontmoet. Gezellig ergens op een cafeterrasje zittend. Zijne ‘chromatic’ steeds binnen hand- en mondbereik. Hij was toen al een zéééér gekende artiest die met jazzreuzen contact had en samen met hen optrad.Toots was een volksjongen. Zeer goedlachs en altijd tot een kwinkslag bereid. Daar vertelde hij mij dat hij als kind geen accordeon kreeg van ‘zaane poepa’ maar zich content moest stellen ‘mé e mondmuzeikske’.Na mijn studententijd ben ik naar Hasselt teruggekeerd. Toch heb ik steeds de Marollen in mijn hart gedragen, anders dan de ‘fransgekke kliek volksverraders’ die Hoog Brussel hebben verkracht.Zelf heb ik den Toots persoonlijk ontmoet in de wachthal van het Hasselts Cultureel Centrum waar ik voor een poppenkastoptreden mijn beurt moest afwachten. Ons wederzijds gesprek over de Marollen en de hartelijkheid waarin onze conversatie verliep zal ik nooit vergeten.Weer een bewijs dat een groot man zijn mooie eenvoud niet hoeft te verliezen omwille van zijn mondiale bekendheid.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *