1146 Ephi – 't Scheldt

1146 Ephi

Begin dit jaar kocht ik ‘Het Ravijn’. Met tien jaar vertraging, dat wel. Ik had het boek van Max Pam gelijk bij verschijning willen aanschaffen. Ik kende de auteur niet persoonlijk maar was door een column van hem in NRC Handelsblad diep getroffen. De columnist zat op dat moment half verlamd na een beroerte in een rolstoel.In ‘Het Ravijn’ beschrijft Pam hoe hij door de ziekte werd gevloerd en hoe hij herstelde. Al lezend merkte ik dat ik vooral op zoek was naar beschrijvingen van symptomen van het fatale moment, dat van de ‘aanslag’.In het wonderlijke herstel van de auteur was ik minder geïnteresseerd. Een zin wakkerde mijn belangstelling aan: ‘Pijn voelde ik niet. Het leek juist of mijn bewustzijn op een eigenaardige manier scherper was’.Kun je langs een ravijn scheren, er bijna door worden aangezogen en je toch nog prettig voelen?Nog geen jaar geleden zat ik met Geliefde onder een boom te zaniken over de verstikkende warmte. De boom stond in een Toscaanse tuin en voor me stond een glas gelige Ricard. Aperitieftijd. Ik had me de regel opgelegd om na twee glazen die aperitieftijd als beëindigd te beschouwen. Dit was mijn eerste. Al pratend merkte ik dat mijn stem steeds lager en trager werd. Alsof het geluid uit het diepste van mijn keel kwam. Het kostte ook steeds meer moeite om te converseren. Een beetje als wanneer je na een middag op een sporttribune, schor begint te worden. Tegelijkertijd voelde ik me steeds lichter worden in mijn hoofd. Een beetje draaierig ook.Het geheel was niet beangstigend maar gaf juist een prettig gevoel. Ik vertelde dit aan mijn partner en beschreef ook dat andere eigenaardige verschijnsel dat zich nu voordeed: de woorden die ik wilde gebruiken om deze toestand te beschrijven kwamen niet overeen met wat uit mijn mond rolde. Ik vond het allemaal wel grappig maar ook intrigerend: wie stond in mijn hoofd aan mijn vocabulaire te rommelen?Ik stond op maar bij het binnentreden van het huis, voelde ik duidelijk dat er ook iets aan mijn evenwicht mankeerde. Wankelend plakte ik mijn handpalm tegen de muur en riep Geliefde. Ze was er snel. Maar wat ik zag in haar blik was pure angst. De weerspiegeling van mijn eigen onheil. ‘Je mond staat helemaal scheef. Rechts, plooit je mondhoek naar beneden’.Ik raakte nu zelf in paniek en in een kinderlijke reflex haastte ik me naar de douche. Ik moest de beginnende brand die in mijn hersens was ontstaan met koud water blussen. Met kleding aan onder de waterstraal. Het vuur moest eruit en iedere seconde telde.Ik betwijfel of deze eigen therapie op wetenschappelijke grond berust. Maar ik hervond vrij snel mijn evenwicht en mijn vocabulaire.Volgens mijn neef die als ‘urgentiste’ op de spoedafdeling van een ziekenhuis werkt, zijn deze symptomen die van een licht cerebrovasculair accident (CVA), een verstoring van de doorbloeding van de hersenen.Voor alle zekerheid ben ik met roken gestopt.In het boek van Max Pam stond een zin die me niet loslaat: ‘Ik was niet bang voor de dood, ik was bang om te blijven leven – als wrak’.***Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *