ePrivacy and GPDR Cookie Consent by Cookie Consent 1142 Ephi – 't Scheldt

1142 Ephi

Zolang de bemoeizucht van de columnist zich tot zijn achterpagina beperkt, is er geen vuiltje aan de lucht. Degenen die je woest maakt, kunnen hooguit je papieren kop verscheuren. Maar zodra je uit je beschermde hokje naar de echte wereld afdaalt, loert het gevaar.Waarom toch die neiging om je met alles te bemoeien, waarom die geldingsdrang, vraagt mijn omgeving zich af. Waarom moet je bijvoorbeeld op straat tussen twee onbekende kemphanen springen, het risico lopen een mes tussen je ribben te krijgen, terwijl je ook oom agent met je mobieltje kunt oproepen? Liever laf dan dood, toch?Nou, niet helemaal waar want wie eens goed laf is geweest, kan soms een trauma oplopen en vervolgens alsmaar willen compenseren.Goed laf ben ik geweest in april 1977 in Parijs. Tussen metrostation Châtelet en Gare du Nord om precies te zijn. Ik was in militaire dienst, voor 96 uur met verlof en op weg naar mijn vakantieliefde uit Nederland. Na Châtelet stormde plots een hele zwerm vervelende gasten de wagon binnen. Jonge blanke boefjes uit de banlieue die met hun kreten en vette lach duidelijk van plan waren de rest van de passagiers te intimideren. Toen de hoofden zich naar de andere kant hadden gedraaid en alle blikken waren neergegaan, begonnen de jongeren een blond meisje te omsluiten. Ze persten zich tegen haar, rochelden schunnige zinnen, bliezen in haar nek. Omdat ik mijn hoofd niet had afgewend, zag ik hoe een soepele hand in haar schoudertas dook en een portemonnee eruit zoog. Op dat moment had ik moeten opstaan om haar te hulp te schieten. Maar ik raakte bijna verlamd. Ik dacht aan mijn verlof dat in een vechtpartij in de Parijse metro dreigde te verzanden. Ik dacht ook aan de trein die drie kwartier later richting Nederland zou vertrekken. Ik bleef zitten. Toen de dieven bij een volgend station waren uitgestapt, zag ik hoe het staande meisje in stilte huilde. Ze keek niemand aan, alsof zij het was die zich moest schamen. Die stille tranen op haar wangen hebben die vier dagen verlof grondig verpest. En voor de rest van mijn leven een soort geldingsdrang in mijn neuronen geprint.Daarom, misschien, bemoei ik me op straat ongevraagd met van alles en nog wat, ga ik tekeer tegen dieven in de supermarkt of, zoals twee zomers geleden in Italië, ren ik achter een motor aan die onze rust verstoort door met 120 kilometer per uur langs tuintjes te razen, in plaats van de toegestane 50.Maar jaren geleden dacht ik eindelijk van mijn trauma af te komen. Het gebeurde weer in de metro, maar dit keer in Rotterdam. Ik sprong voor een passagier die luid schreeuwde dat hij de bestuurder ging vermoorden omdat de vingers van zijn zoontje klem hadden gezeten tussen de deur. Ik, kon de man met moeite tot rust bedaren terwijl de bestuurder kwam aangelopen. Daarna ging ik vol trots naast mijn dochtertje zitten. Het voelde alsof de tranen uit Parijs eindelijk waren opgedroogd. Ik keek fier naar mijn dochtertje en wachtte op haar oordeel.

Wat ze zei?
Dat ik echt gek was en dat ik me de volgende keer nergens mee moest bemoeien.***Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *