1108 Hfd – 't Scheldt

1108 Hfd

Laat men Baron Paul Buysse aan het woord, dan is het altijd boeiend.

ridder buysseHet werd weer eens bewezen in De Standaard Magazine van 30/8. ‘Ik ben een uniek beest’, luidde de titel. Een beetje in tegenspraak met zijn verdere quote ‘ik denk dat ik alles ben, behalve een dikke nek’. Op de vraag hoe het dan zit met zijn gepersonaliseerde nummerplaat BPB (Baron Paul Buysse) luidt het ongetwijfeld lawaaierige antwoord: ‘dat was een geschenk van mijn secretaresse’.
Ja, dat doen ze dikwijls, die dekselse secretaresses. Uit eigen zak 600 euro neertellen om stiekem de nummerplaat van de grote baas te veranderen, te ‘personaliseren’ met een eigen bedacht kinderachtig afkortingske. Ervan overtuigd zijn dat het baasje het goed zal vinden. Er even zijn handtekening voor moeten vervalsen op de aanvraagdocumenten. Geloven we direct.
Het is ook dat soort gespuis van secretaresses dat het hele levensverhaal van de baas op internet zwiert (met alle 56 bij elkaar gebedelde eretekens, vergeet de Ster van de Bronstige Beer uit Botswana niet, rund!) en ervoor zorgt dat Baas Buysse in elk interview het wereldrecord ik zeggen scherper stelt. En stiekem heel zijn kantoor volhangt met oorkondes en foto’s waar de baas centraal opstaat.Nu gaan wij deze bevlogen man niet van leugens beschuldigen. Hij heeft immers zijn verdiensten. Wanneer hij zich in het interview vergelijkt met Wouter Torfs (Torfs schoenen) of Marc Coucke van Omega Pharma dan vindt hij zichzelf toch een stuk straffer dan die kleine ondernemers.
Want hij ging naar Australië en gaf daar meteen een interview, stelt hij smalend. Heeft die onnozele Torfs met zijn winkels nooit gedaan. Er is volgens ons natuurlijk nog een verschil. Torfs en Coucke hebben een eigen zaak uit de grond gestampt. Met eigen centen en op eigen risico. Ze hebben hun nek uitgestoken.Wat een verschil met een manager-huurling zoals BPB, die vooral goed zijn in Cost Cutting (bijna schreef ik Cut Costing, sorry), geen risico nemen, een waterdicht arbeidscontract laten opstellen, en de poen blijven scheppen ook al gaat de zaak achter hen dicht want ze kijken toch al uit naar een andere job. Hun vertrekpremie is gewaarborgd. Eigen volk eerst. Torfs en Coucke hebben overigens nooit fabrieken gesloten. Die stellen zich op tussen hun mensen en gaan ervoor.BDB gaat echter volledig uit de bocht in zijn snoeverijen wanneer hij eens te meer uitpakt – iedereen die Paul al in zijn diverse omgeving meegemaakt heeft is al eens duchtig onder gespeekt met dit verhaal – met de wordingsgeschiedenis van Ford Genk, waar hij uiteraard een sleutelfiguur in was. Wie anders?De komst van Ford in 1964, aldus Paul, en even verder ‘ik heb daar nog met Henry Ford II over gesproken, die blijkbaar een boontje voor me had’ zijn de hoogtepunten in zijn exposé. ‘Ik heb ze zien komen’.
Jaja. Nu de feiten.
Ford Genk werd gebouwd in 1962. Op dat ogenblik zat Paul De Bescheidene op school zijn broek te verslijten, want hij was 17 jaar (dat heb je als je geboren bent op 17 maart 1945, Polleke toch, als die oerdomme secretaresses je CV op Wikipedia zetten, let toch op als je liegt). Paul De Bink ging bij Ford werken in 1966. Dat is dus een volle vier jaar nadat de yanks Ford Genk kwamen bouwen… Hoe heeft hij ze dan ‘zien komen, de mensen’? En dat Henry Ford himself bedrijfsgeheimen verklapt heeft, zoals deze snoever in dit interview beweert, dan zal die dan naar Paul zijn school moeten gegaan zijn, de prefect gevraagd hebben om Polleke efkes te mogen spreken, om dan Polleke in de gang even apart genomen te hebben om hem dan in zijn kleffe oortjes ‘Paul, it was an offer we couldn’t refuse’ te zwabberen.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *