1089 Ephi – 't Scheldt

1089 Ephi

Wat moet onze eigen Nelleke boos zijn geweest toen ze haar column van afgelopen zaterdag ‘Rancuneus, dom en boosaardig’ op haar toetsenbord intikte. Het stuk van schrijfster Noordervliet lijkt zelfs in een aanval van razernij te zijn gecomponeerd. Alleen al in haar openingszin liggen kern en essentie van haar betoog zo vurig en vakkundig geprent, dat je het bijna hierbij zou kunnen laten: ‘Het open riool van het internet waar iedereen zijn frustraties, woede, afgunst en weerzinwekkende fantasieën de vrije loop kan laten, deze cloaca mundi, wordt weleens gezien als de bliksemafleider van menselijke primitiviteit’.Ophouden met lezen zou overigens zonde zijn geweest want als lezer zou je mooie vondsten hebben gemist als ‘mentaal braaksel’ of die ‘half-analfabete frustraat’ die zichzelf op het web een scherpe columnist waant. Het stuk gaat verder niet alleen over internetvandalen maar over hufterig gedrag in het algemeen. Maar laat ik me tot het eerste beperken.Anafalbeet gepeupelZelf ben ik heel voorzichtig geworden met het gebruiken van termen als ‘open riool’ om de nare geuren die soms uit het web opstijgen te definiëren. Internet blijft een magische en brede elektronische weg waar een bijna onbegrensde kennis, samen met emoties en dromen, circuleert. Dat in de berm van die mooie weg ook afvalproducten liggen, is inherent aan alle vormen van menselijke expressie.Wie wel eens de verbijsterende (joden)haat van Louis Ferdinand Céline in zijn pamfletten en essays heeft gelezen of de oproepen tot moord en geweld van publicist Jean-Paul Marat (1743-1793) in zijn revolutionaire krant L’ami du peuple, hoeft de drukkunst nog niet in de rioolput van zijn verbeelding te dumpen. En met die twee voorbeelden heb ik het niet eens over analfabeet gepeupel maar over schrijvende elites. Net als een tekstverwerker, blijft een velletje papier een vrij onschuldige en neutrale drager.Nog niet zo lang geleden moest je tientallen kroegen bezoeken om de primitieve schaamteloosheid van onze menselijke soort op te snuiven. Nu hoef je maar een website aan te klikken om een nog leerzamer ervaring te beleven.Is dat erg? Het kan in ieder geval hinderlijk werken. Scheldkanonnades en kwetsende teksten dragen niet echt bij aan een heldere meningsvorming. Maar ze zijn voor de socioloog, de journalist of de doodgewone nieuwsgierige omstander een bron van kennis over de staat van broeiend ongenoegen in de openbare ruimte. In die zin is internet eerder de thermometer die de maatschappelijke koorts aangeeft dan alleen het open riool dat afvalproducten en ‘mentaal braaksel’ kanaliseert of vervoert. Persoonlijk kan ik niet meer zonder en breng ik er soms uren door, te midden van erupties van woede en explosies van primitieve emoties in de reactievakken onderaan nieuws- of opiniebijdragen. Vergeet niet dat zich daartussen ook pareltjes kunnen bevinden. Het is de prijs die je voor het revolutionaire democratiseringsproces van internet moet betalen. Zo hoog is die tol ook weer niet.

Er zijn natuurlijk regio’s die van dergelijke uitwassen blijven verstoken. Maar in Iran of Noord-Korea zou ik niet willen vertoeven.***Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *