ePrivacy and GPDR Cookie Consent by Cookie Consent 1072 Ephi – 't Scheldt

1072 Ephi

SPOKEN

Zelden heeft een moordzaak als die van Marianne Vaatstra een heel land zo beroerd. Zoveel vermeende verdachten die niets met de misdaad te maken bleken te hebben. Zoveel complottheorieën die tot niets leidden, zoveel tv-uitzendingen en ook zoveel vooroordelen. De moord op een meisje van zestien was gruwelijk en het leed van de nabestaanden voor iedereen zichtbaar.Maar wat de zaak in een explosief mengsel van emoties veranderde was de nabijheid van een asielzoekerscentrum (azc). Op geringe afstand van de plek waar het lichaam werd gevonden. Voor veel inwoners van Zwaagwesteinde en omstreken kon een dergelijke moord ‘niet door een Nederlander zijn gepleegd’.En veel blikken richtten zich op het azc. Bij de plaatselijke krant stroomden de brieven met een racistische teneur binnen. Die brieven waren zo erg dat de hoofdredacteur besloot de discussie te sluiten. Ook een brief van de vader van Marianne werd niet geplaatst. Deze gebroken man was er stellig van overtuigd dat de moordenaar een asielzoeker moest zijn. Bij een openbare vergadering in Kollum over een nieuw azc werd de burgemeester met eieren bekogeld door demonstranten die zuiver racistische taal uitsloegen. Volgens verslagen sprak ook de vader van het slachtoffer de menigte ‘in opruiende bewoordingen toe’. Het ‘Comité azc Nee’ benadrukte dat een asielzoekerscentrum ‘overlast, intimidatie, diefstal, verkrachting en moord’ bracht.We schrijven oktober 1999 en in een paar stukjes hekelde ik toen de sfeer van hatelijkheid die, zonder het begin van een bewijs, rond het azc was ontstaan. Ook schreef ik dat de vader van Marianne, vijf maanden na de moord en ondanks zijn immense verdriet, beter zijn hoofd koel had moeten houden. Daarop kwamen bij Trouw boze reacties van ouders van vermoorde kinderen. Volgens die bijdragen was verdriet en leed na een moord op een geliefde zo intens dat je na vijf maanden niet kon verwachten dat de vader het verwerkingsproces achter de rug had. ‘Dan mag hij zeggen wat hij wil’, schreef iemand. Hoewel ik moet toegeven dat ik als buitenstander die pijn niet goed kon inschatten, ben ik het met dat laatste nog steeds niet eens.Maar gisteren berichtten alle media over het sensationele nieuws: DNA-onderzoek heeft een verdachte opgeleverd. Geen asielzoeker en ook geen buitenlander. Geen Ali maar Jasper. Het gaat om een Friese boer, vader van twee kinderen. Eigenlijk kan ik het nog amper geloven en er zal nog meer aanvullend bewijs moeten komen eer ik het kan geloven. Eer de spoken die door velen in leven werden gehouden, zijn verdampt.Op internet zag ik beelden van het onderkomen van de vermoedelijke dader. Een lieflijke Hollandse boerderij. Het gras van de voortuin netjes gemaaid. De groene brievenbus aan het begin van het pad. Door de ramen zag je de planten in witte vazen op de vensterbank.Het beeld dat Google Maps van het huis gaf, had bijna iets rustgevends. Ver van die opstootjes en de xenofobische razernij van dertien jaar geleden. Alsof een nieuw seizoen van ‘Boer zoekt vrouw’ op deze locatie binnenkort zou worden gedraaid.***

BARBAARSIk voelde vrijwel onmiddellijk hoe groot mijn opluchting was toen het bestand tussen Israël en Hamas werd bekrachtigd. Dit staakt-het-vuren is misschien niets anders dan uitstel van de volgende oorlog maar het geeft wel even wat lucht aan de toeschouwers die we zijn. Sympathie voor de islamterroristen van Hamas heb ik nooit gehad en zal ik ook nooit krijgen. Die duizenden raketten die sinds jaar en dag op Israël worden afgevuurd, treffen zelden hun doel.
Maar hun functionaliteit is evident: een disproportionele reactie uitlokken die de sympathie voor Hamas in Arabische landen en zelfs de gehele wereld zal doen toenemen. Hiermee kun je misschien geen oorlog winnen maar help je wel het isolement van de joodse staat te versterken. Want voor Israël is (terug)slaan de regel.
Hamas offert dus zijn eigen kinderen om in de propagandaslag altijd een lengte voorsprong te behouden. Dat weten we.
Afhankelijk van de zijde waar onze voorkeur ligt verankerd, noemen we dit kil cynisme of moed der wanhoop.
Maar ook al erken je het recht van Israël om zich te verdedigen en vooral te blijven bestaan, het went niet. Wat vooral niet went, zijn al die beelden van gedode Palestijnse kinderen. Van verpletterde kinderlijven, doffe blikken in dode ogen en in dekens gewikkelde lichaampjes. De vaders in tranen voor de camera’s, de brullende moeders.
Dan kun je daar wel een sluitende politieke analyse tegenaan gooien, het zal niet werken. Deze beelden blijven je bij, verdiepen je onbehagen en zullen de herinnering van deze nieuwe oorlog bepalen. In die zin zou Hamas best gewonnen kunnen hebben.
Zo was het bij mij tot afgelopen woensdag.
Toen verscheen een serie foto’s in de Belgische pers maar gisteren ook in de Volkskrant die op mijn netvlies zijn blijven kleven. De foto’s zijn door persagentschap Reuters in de straten van Gaza genomen. Je ziet twee bebaarde mannen op een trendy motor waaraan een lijk is vastgeketend. Het lijk van het slachtoffer is half ontkleed en wordt kennelijk met grote snelheid triomfantelijk door het centrum van Gaza gesleept. De armen van de dode man zijn gespreid zodat het lijkt alsof hij op de weg een ambulante kruisiging ondergaat. Door de wrijving met het asfalt laat het lijk een donker spoor van vocht achter op de straat.
Om dit lugubere span, rijdt een zestal zware motoren met soms wel drie mannen op een voertuig. Ze juichen, schieten in de lucht met hun pistolen en vormen een soort erehaag. De beelden hebben iets middeleeuws, waarbij de motoren de plaats hebben ingenomen van de paarden. De dode man is een Palestijn. Een vermeende collaborateur die zojuist met vijf anderen is afgemaakt. Die ene gebeurtenis die de foto’s verbeelden, staat misschien in geen verhouding tot al die kinderen die door Israëlische bommen zijn gedood. Maar het weerzinwekkende karakter ervan, de sadistische en morbide vreugde van de motormannen kan wel symbool staan voor de identiteit van Hamas: een achterlijke en barbaarse organisatie.
***
Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *