1065 Ephi – 't Scheldt

1065 Ephi

ARROGANTIE

Cryptisch en mysterieus klonken de woorden van Mark Rutte aan het adres van zijn partijgenoten, afgelopen zaterdag in Noordwijk. Volgens de demissionaire premier moeten VVD‘ers niet arrogant worden, nu dat ze een historische overwinning hebben geboekt en prestigieuze functies bekleden (onder meer het voorzitterschap van Eerste en Tweede Kamer en het premierschap). Volgens Rutte kan de partij electoraal nog groeien, maar dan wel door bescheidenheid te blijven uitstralen. Een les in nederig calvinisme is het misschien nog niet, maar wel een waarschu-wingsteken, want: ‘De wet dat de VVD altijd de grootste partij blijft, is er niet’.
Het lijkt bijna alsof de woorden van de premier door angst zijn ingegeven. Vrees om te verliezen wat zo spectaculair en onverwacht uit de hemel is gevallen: 41 zetels en de leidende rol in de formatie met een kabinet Rutte II in het verschiet. De vrek heeft zijn gouden dukaten zojuist kwijlend van extase geteld, maar graaft nu een diep gat om zijn schat aan het oog van de buitenwereld te onttrekken. Want de buitenwereld moet vooral niet denken dat hij rijk is. De rijkdom van de VVD is in ieder geval paradoxaal. Twee jaar lang gaf Rutte leiding aan de ‘meest rechtse regering ooit’ en werd hij door links Nederland verguisd (Bruin I). En zie nu hoe diezelfde politicus zijn partij klaarmaakt om in de meest linkse regering te stappen waaraan hij ooit heeft deelgenomen. Alleen bescheidenheid kan die onnatuurlijke spagaat enigszins maskeren.
Arrogantie is in feite een overvloed aan geafficheerde trots die tot verwaandheid, zelfoverschatting of zelfverheerlijking kan leiden. Nu de VVD met de grootste linkse partij in zee zal gaan, moet de nog slapende progressieve mens niet worden wakker ge-schud. Want voor de laatste is een VVD‘er per definitie al arrogant en verwaand, rijk en machtsbelust, dominant en zelfingenomen. Om een alliantie te realiseren die tegen de natuur ingaat, moet de toekomstige partner zo min mogelijk aan die clichés of vooroordelen worden herinnerd. Daarom moet de VVD iets aan haar identiteit gaan doen, althans aan de wijze waarop de liberale eigenheid in de blik van de progressieve mens wordt weerspiegeld.
Maar wie dan, in de ogen van Rutte, is misschien uit de bocht gevlogen de laatste dagen? Ik kom niet verder dan staatssecretaris Teeven, die met zijn ‘inbrekersrisico‘ de gehele linkse intelligentsia in rep en roer bracht. Plots waarde het spook van Bruin I weer rond, het schrikbeeld van meedogenloze law and order dat door die arrogante en zelfingenomen VVD‘er werd gepersonifieerd.
Een verbluffende karikatuur hiervan werd zondag in ‘Buitenhof’ door schrijver Grunberg gegeven. ‘Sla er maar op los’ parafraseerde Grunberg, vrij naar eigen waanbeeld, de staatssecretaris. Bovendien las die zelfingenomen liberaal geen boeken (!), zei de getergde scribent. Arnon ontdekte vervolgens een ‘samenhang‘ richting ‘onderbuik‘ tussen het ‘neerslaan van een inbreker’ en ‘met trots beweren dat je geen boeken leest’. Had Rutte maar een dag later zijn waarschuwing gegeven, dan had hij mooi dit Grunbergetje als voorbeeld van arrogantie en domme verwaandheid kunnen gebruiken.
***
JAMES BOND
Eigenlijk zou ik over de herfstdepressie schrijven. Volgens een onderzoek is spiritualiteit, dus mediteren, de beste remedie daartegen. Behalve als je niet spiritueel bent ingesteld. Maar gisteren besloot ik over fietsen te schrijven, wat volgens mij de panacee is en blijft tegen deprimerende gedachten.
Helaas is mijn eigen Bianchi Celeste in Toscane gebleven. Zodoende gleden mijn herinneringen, een tikkeltje nostalgisch, richting die fabuleuze 5 juli van de laatste zomer. Het was bijna 12 uur en ik was bezig te sterven op de hellingen van de Cipollaio-col. Op zich is die klim niet bijster moeilijk: 13 kilometer en nog geen 1000 meter hoogte. Maar als je 110 kilo naar boven moet torsen met als dieptepunt die teller die soms de 9 kilometer per uur niet wil ontstijgen, dan is mediteren misschien zo gek nog niet.
Toen ik eindelijk drijfnat en met een dreigende hongerklop het bordje van de 13de kilometer passeerde, kreeg ik een surrealistische dreun te verwerken. Daar aan de top, bij de ingang van de Cipollaio-tunnel waar alleen krijtachtige rotsen, stilte en eenzaamheid de uitgeputte fietser horen te verwelkomen, leek het wel carnaval.
Een Italiaanse Commedia dell’arte met gesticulerende en brullende mensen, politieauto’s, camera’s op het dak van andere wagens en te midden van deze wanorde een man in een grijze, strakke outfit. Hij stond voorovergebogen aan de derailleur van zijn eveneens grijze fiets te friemelen. Heel even dacht ik op het toneel van een gruwelijke gebeurtenis te zijn aanbeland. Met mijn fiets aan de hand liep ik naar de groep. Op dat moment kwam de man in het grijs rechtovereind en onze blikken kruisten elkaar.
Ik versteende, kon mijn ogen niet geloven en vergat mijn hongerklop: Mario Cipollini op de Cipollaio! Cipo bijgenaamd Il Magnifico, Super Mario en natuurlijk Mooie Mario.
De gewezen koning van de sprint, wereldkampioen met niet minder dan 189 overwinningen in zijn carrière.
Mijn kinderziel nam het initiatief: ik duwde iedereen opzij, ging naast de kampioen staan en pakte mijn mobieltje: ‘Samen op de foto, bello Mario?’
De meute begon te schreeuwen dat er geen tijd was voor die onzin maar edele Mario was de Rust Zelve.
Een tifosi, een fan uit het buitenland, die laat je niet zomaar lopen. Voor de zekerheid haalde hij zijn hand door zijn haar vol gel, zette zijn zonnebril op zijn neus en toverde zijn mooiste glimlach op zijn lippen: ‘Cosi bene?’
Een paar minuten later verdween hij met een bloedgang in de afdaling, voorafgegaan door politieauto’s en achtervolgd door een wagen met camera. Pas gisteren begreep ik wat er die vijfde juli gebeurde toen ik op YouTube de film van die dag ontdekte (www.youtube.com/watch?v=5lKRxk7uq8U). Mario speelde James Bond om zijn nieuwe zelf ontworpen fiets (Cipollini Bond) te promoten. In het filmpje vol glamour, explosies, dure auto’s en femmes fatales wordt mooie Mario door een gemene Duitser achternagezeten. Tot aan de afdaling van de Cipollaio. Die kinderlijke Fransman die hem ophield, staat er niet op. Die had nog net genoeg krachten om halfdood thuis te komen en, ontroerd, de foto op zijn Facebook-pagina te zetten.
*
Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *