1055 Hfd Ephi – 't Scheldt

1055 Hfd Ephi

Soms is dit een logisch vervolg op een iPod-sessie van de vorige dag. Maar soms ook niet en ik probeer dan de rest van de ochtend te achterhalen waarom uitgerekend dat ene liedje zich tussen mijn neuronen heeft genesteld bij het ontwaken. In het geval van Guus Utenwaard hoefde ik niet lang na te denken. Tegelijk met zijn geestelijke vader Alexander Curly was de beruchte boer twee dagen eerder overleden. Nooit meer zou hij op weg naar Rotterdam de inhoud van zijn schoenendoos met al die ‘naakte wieven’ leegdrinken. Want Guus was na de klap tegen zijn koeienstal nu morsdood.

In feite hadden we, Guus en ik, toch iets gemeenschappelijks. Ook ik trok ooit naar Rotterdam met in mijn zakken het restant van een toch al bijna lege schoenendoos.
September 1975, ik was 19 jaar en had in de stad van mijn vakantieliefde een sabbatical voor ogen. Een jaar ertussenuit om ervaringen in den vreemde op te doen en die onmogelijke taal te leren. Maar anders dan Guus belandde ik niet in de bordelen en kroegen van de Maasstad. Het uitzendbureau Stuwa, aan de Mathenesserlaan, stuurde deze Fransoos die de taal nog niet machtig was, naar alle hoeken en uithoeken van nijver Rotterdam.
Mijn kroegen werden de fabrieken en loodsen van de industriestad en in plaats van op het rode fluweel van de hoerententen te gaan zitten, nam ik plaats aan de lopende band. En in bijna al die fabrieken en loodsen hingen boxen waaruit onafgebroken de hits uit de top-40 galmden. De drumbeat was aanstekelijk, maar de tekst in boerenidioom nagenoeg onbegrijpelijk: ‘Guus kom naar huus want de koeien staan op spring’n/De varkes mutt’n vret’n en ‘t hooi moet van ‘t land/Guus kom naar huus want daar ‘beuren rare ding’n/Dit kan toch zo niet doorgaan Guus wat is er aan de hand’.

Alexander Curly

zou met Guus in die maand september een paar weken op nummer 1 staan. Dat grijsgedraaide liedje werd mijn eigen nationale hymne. Ik werd er door betoverd. Boven de herrie van de machines zong ik luid een refrein mee dat ik helemaal niet snapte. Totdat op een dag, een mede-uitzendkracht uit het alternatieve circuit die de hele werkdag stiekem joints rookte, mij waarschuwde: dit moest ik niet meer doen. Ja, dat liedje was heel erg dom en ging over een domme boer die zijn domme koeien liet creperen.
Teleurgesteld stapte ik over op een nieuwe formule: ‘Ik denk nog vaak aan kleine Sjaak/Groot in ‘t kattekwaad’. Maar ja, ook die Sjakie van de hoek is met Conny Vandenbos heengegaan. Al een jaar of tien, geloof ik. En met de dood van kleine Sjaak en nu Guus Utenwaard zijn mijn eerste sporen in dit land bijna uitgewist.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *