ePrivacy and GPDR Cookie Consent by Cookie Consent 1040 Ephi – 't Scheldt

1040 Ephi

Toen ik, eergisteren, de lange mail van mijn oud-schoolkameraad Gégé uit had, probeerde ik me zijn moeder zo nauwkeurig mogelijk te herinneren. Ik was natuurlijk van slag en het duurde even voordat ik mijn geheugen op orde kreeg.

Madame Julienne, zoals we haar noemden, was niet wat je een geraffineerde vrouw kunt noemen. Anders dan mijn eigen moeder, met wie ze samen hele ochtenden in de bar-PMU verkeerde om op paarden te wedden, gebruikte ze geen make-up en droeg ze meestal van die vormeloze bloemetjesjurken. Ze was klein van stuk, zo rond als een ton en vooral vreselijk bemoeizuchtig.
Madame Julienne was dan ook joods en deed haar best om zo dicht mogelijk bij de karikatuur van de joodse mama te blijven: bezitterig, luidruchtig, vol liefde voor haar kroost en hierdoor nogal lastig voor haar zoon Gégé, die ze te pas en te onpas met knuffels overlaadde. Als je 15 of 16 bent kan dit soms gênant overkomen.
Als we in de slaapkamer van Gégé onze Gauloises zaten te roken, met wat chansons van Georges Brassens in de oren, stak ze om het half uur haar hoofd dat met kort haar was bedekt, door de deuropening: ‘Jullie zitten toch geen drugs te gebruiken?’

Gégé
heb ik via het sociale netwerk, na bijna 40 jaar, eindelijk teruggevonden.
We communiceren sindsdien regelmatig met elkaar en wisselen foto’s uit het heden en verleden uit. Maar eergisteren was zijn mail langer dan gewoonlijk.
De tijd was gekomen, schreef hij, om zijn geheim met anderen te delen, nu dat zijn ouders al een paar jaar waren overleden. Het speelde zich af in het Algerije van begin jaren zestig, midden in de bevrijdingsoorlog. Gégé, toen net 6 jaar, was vol angst onder de tafel gekropen.
Moeder en een tante waren bezig om handdoeken in kokend water te steriliseren om eventuele gewonden te verzorgen. Want beneden in de straat werd voortdurend geschoten en gevochten.
Toen hoorde mijn vriend een angstaanjagende herrie op de trap. Geschreeuw en zware voetstappen. Hij zag ook hoe zijn moeder een groot keukenmes in haar riem stak en met het teiltje kokend water in haar handen richting trap liep. Het geschreeuw dat erop volgde was niet van zijn moeder. Bevend sloop Gégé naar de trap. Door de gapende deur zag hij hoe een soldaat van het bevrijdingsleger FLN, kermend van de pijn, het kokende water over zich heen had gekregen. Hij hield nog een dolk in zijn hand. Gégé zag ook hoe zijn moeder het keukenmes, in één beweging, in de borst van de soldaat plantte. Het kindje kroop terug onder de tafel.
‘s Avonds greep zijn moeder hem bij de arm en herhaalde meerdere malen: ‘Wat je hebt gezien moet je voor altijd vergeten. Je mag hier met niemand over praten. Niet met je vader, niet met je broer en ook nooit met mij’.

Dat heeft Gégé nooit gedaan. Maar een paar jaar geleden, op haar sterfbed, is het Madame Julienne zelf geweest die er voor het eerst op terugkwam: ‘Je herinnert het je wel. Ik weet het. Je kon het niet vergeten, hè? Maar het moet. Nog steeds!’
De mail van mijn vriend eindigt met deze zin: ‘Bij haar begrafenis heb ik een toespraak gehouden. En ik weet dat zelfs de stenen en de vogels hard moesten huilen’.
***
Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *