Antwerpen vs. Napels - 't Scheldt

Antwerpen vs. Napels

Antwerpen versus Napels: een educatieve vergelijking tussen twee steden in de kracht van hun veranderingen. Als diamanten schitteren beiden aan hun eigen nationaal firmament, zonder echter hoofdstad te zijn. Napels is met net geen miljoen inwoners een stuk groter dan Antwerpen, maar Italië is dan ook een stuk groter dan Vlaanderen of België, nochtans verdienen geen van beiden het statuut van megapolis of grootstad, zoals Rome, Parijs of London…

Antwerpen versus Napels: een educatieve vergelijking tussen twee steden in de kracht van hun veranderingen. Als diamanten schitteren beiden aan hun eigen nationaal firmament, zonder echter hoofdstad te zijn. Napels is met net geen miljoen inwoners een stuk groter dan Antwerpen, maar Italië is dan ook een stuk groter dan Vlaanderen of België, nochtans verdienen geen van beiden het statuut van megapolis of grootstad, zoals Rome, Parijs of London.

*

Beiden torsen een hele geschiedenis met zich, al wordt die in Napels gekoesterd en in Antwerpen geruïneerd en al tendeerde die van Napels uiteindelijk naar een vereniging met het grotere Italië, in Antwerpen volgde in 1648 de breuk met de Noordelijke Nederlanden, uiteindelijk ook het verval.

Beiden zijn uitgesproken havenstad: Antwerpen op wereldvlak ditmaal een stuk belangrijker dan Napels.

Maffiastad

Beiden verdienen eveneens het predicaat “maffiastad”, al blijven er ook hier duidelijke verschillen bestaan. Het begint al met de kwestie van de twee “effen”: in het Italiaans wordt mafia met één “f” geschreven, in het Nederlands met twee, alsof men wou beklemtonen dat er in het Noorden dubbel zoveel “flierefluiters van het makkelijke geld” het lugubere pad van de criminaliteit kozen. De Napolitaanse Camorra nochtans is al geruime tijd gladgeschoren en draagt pak en das. Van Armani uiteraard, voor wie nog mocht twijfelen! In Antwerpen herken je de maffia aan een salafistenbaardje en wordt er gemoord in een jeans die tot op de knieën hangt. Of in pyama! De achteloze bezoeker ziet in Napels van de maffia echter niets, in Antwerpen ontploffen de granaten waar je bijstaat.

Witwassen, afpersing en smokkel van illegalen behoren tot de Napolitaanse specialiteiten, al bergen zij de “gesmokkelden” liefst niet in eigen stad: de Antwerpse maffia versmalde zich tot de drieste drughandel, uitgevoerd door vreemd crapuul dat zich in het stadscentrum heeft weten nestelen en de originele bevolking definitief heeft buiten gekoeioneerd.

Vuilnis

En het vuilnis, meneer? Dat blijft de achilleshiel van Napels! Maar daarom niet meer dan in Antwerpen. Al eens in Borgerhout, de Seefhoek of op de Dam rondgewandeld? Veel properder is het er niet. Wel integendeel! Napolitanen en Antwerpenaren behoren immers tot Europese volkeren, die door de bank genomen iets hygiënischer zijn dan de Afrikaanse stamverbanden. Van die laatsten loopt Antwerpen over; de eersten maken in Napels nog ruim de dienst uit. Verder moet je het allemaal niet zoeken. De Camorra heeft meer dan een vinger in de giftige afvalverwerkingspap, wat op zich al erg genoeg is; de huisvuilophaling gaat echter van staking tot staking zijn dagelijks ongedwongen gangetje. Zo beleef je meermaals dat een vrouwtje een straatkeerder trakteert op een verkwikkend kopje heerlijke expresso om hem vervolgens te vragen toch dat vergeten vuilzakje in de kar te mogen gooien. Noorders transparant en bureaucratisch is het wellicht niet, proper wel! En iedereen is tevreden! Napolitanen weten dat “leven” nu eenmaal vuiligheid produceert; in plaats van het leven aan te pakken, pakt de Napolitaan daarom het vuilnis aan. Logisch, mijn gedacht!

Spontaneïteit

Wat bij het betreden van de zuiderse stad ook meteen opvalt, is de spontaneïteit van dat leven, dat zich bovendien duurzaam wortelt in een gezamenlijk en verbindend verleden. In het koudere Antwerpen volstaat het dat een omhooggevallen Antwerps “rectorreke” uit Mortsel een boek schrijft om zijn eigen zwart familieverleden van zich af te schrijven, opdat gelijk allerhande losgeslagen groupuscules de naamsverandering van een dok beginnen te eisen en een al even losgeslagen “stadsbestuur in poco-modus” er zonder verpinken op ingaat. Niet zo in Napels. Daar draagt men de geschiedenis, wat die ook zij, met zich mee. Evenwel niet klakkeloos!

Het verleden

Achter de Via Toledo, een commerciële hoofdstraat van Napels, rijst een modernistische wijk op, met daarin het oude postgebouw, de Città Metropolitana, het Questura– en de Polizia-building, allen in onvervalste fascistische stijl, zelfs mét dito opschriften. Daar veranderde niks aan, zij het dat het plein ervoor herdoopt werd tot Piazza Giacomo Matteotti, genoemd naar de socialistische politicus die door de fascisten werd vermoord in 1924. In Rome is het trouwens niet anders! Het plein voor het fascistische treinstation Roma Ostiense heet Piazzale dei Partigiani en het Foro Italico, mét de obelisk van “Mussolini Dux”, ligt aan de Piazza Lauro de Bosis, ook al een tegenstander van “de Leider”. Het verklaart naadloos waarom justitieminister en Gramsci-apostel Palmiro Togliatti reeds in juni 1946 een algemene amnestie afkondigde: Italië moest hoognodig de toekomst inkijken, in plaats van het verleden te willen veranderen.

Stedenbouw

Dat doorleefde Napolitaanse elan zet zich trouwens ook door in de stedenbouw. Dit heeft het aanzienlijke voordeel dat bewindslui zich ontslagen weten van de zelfverklaarde plicht om iedere dag het warm water uit te vinden. Zowaar, een leerschool voor Antwerpse politici! Het volstaat immers niet de kraan te voorzien van een rode spikkel om warm water op te laten wellen. Een waarheid waar men in Antwerpen nog dagelijks naar op zoek is! De gevolgen zijn opzienbarend! Horden voetgangers en een schamel peloton fietsers (Hoera!) die stoppen voor het rode licht: we moeten ver terug in de tijd om het ons als Antwerpenaar nog afgetekend voor de geest te halen. Woonerven, autovrije straten, circulatieplannen? Ze zijn in Napels al even schaars als in Antwerpen de échte bruine kroegen, die één voor één metamorfoseerden tot tourist-trap.

De auto

De auto kan zich in Napels nog vrij een weg naar het centrum banen, zonder al teveel hypochondrie over fijn stof, CO2- of stikstofuitstoot. Met die auto’s is er trouwens iets paradoxaals aan de hand: hoe minder ervan rondrijden, hoe hinderlijker ze worden. Zo goed als “autoloos” – en dus schijnbaar zonder menselijke aanwezigheid – mist de stad alras dat rumoerig stadsgedruis of die hypnotiserende mêlee, een polis met portee eigen. Dan volstaat één brommende auto om de kunstmatige oceaan van oorverdovende stilte te doorbreken, ja zelfs te ontwrichten. Onveiliger hoeft een stad mét auto’s overigens niet te worden, op voorwaarde echter dat iedereen een minimum aan discipline aanhoudt; en daar knelt uiteraard het Vlaamse schoentje! Napels schijnt dat intrinsiek door te hebben; op Antwerps benul daaromtrent blijft het nog even wachten, zo is de vrees. Maar ook de metro, bussen en trams rijden in de Italiaanse stad bijna Japans klokvast! Gevolg is dat Napels – en bij uitbreiding het Zuiden – leeft; Antwerpen – en bij uitbreiding het Noorden – daarentegen sterft bloedeloos in een verstikkende groene wurggreep.

Bezieling

Wat die Zuiderse bezieling nog het meest kenmerkt is het behoud van de Napolitaanse eigenheid. Het leven is er wellicht een flard harder, maar dan ook voor iedereen. Zwart hangtuig mag, onder permanente politiecontrole en -aanwezigheid, blijven luieren aan het Stazione Centrale op de Piazza Garibaldi (en omgeving), maar de stad zelf blijft ervan gevrijwaard – en is bovendien zo goed als hoofddoekvrij. Geen Napolitaan bovendien die er nog maar aan denkt om voor deze lui zijn gewoontes en tradities aan te passen, zich beroepend op een misplaatst schuldgevoel. Komt San Nicoló met zijn Moorse knecht enkel in de Alto Adige, dan viert Napels op 6 januari (driekoningen) La Befana, de goedwillige heks, die lekkers brengt voor de brave kinderen en steenkool of knoflook voor de stoute – die er ginds trouwens nog altijd zijn! Iedereen is welkom in Napels, maar dan wel op z’n Napolitaans, of helemaal niet!

Conclusie

Napels en Antwerpen: twee steden, twee economische polen ook, buiten het zenit van de hoofdstedelijkheid maar elk met hun eigen problemen. Eén in het Zuiden van het Europese continent en één in het Noorden. De ene in continuïteit met haar verleden, bewust van haar eigenheid en het geluk zoekend in de gewone, gezellige en diep menselijke dingen van alle dag, bijna zoals Sint Jan Berchmans het ons heeft voorgeleefd. De ander in volslagen discontinuïteit met haar verleden, bewust van de meer exotische eigenheden waaraan tot in den treure tegemoet gekomen moet worden en het geluk zoekend in de gekunstelde, vergezochte en haast onmenselijk kille en gesofisticeerde dingen van ooit.

Aan U de keus!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wachtwoord vergeten?
Wachtwoord kwijt? Voer je gebruikersnaam of e-mailadres in. Je ontvangt dan een link om een nieuw wachtwoord aan te maken via de e-mail.
We delen geen persoonlijke gegevens met derden.